Thomas Jacob Roze

“Ik kom mijn zoon aangeven”, zeg ik.

Ik verwacht een felicitatie. Maar de dame van de beveiliging kijkt naar me met een blik van: ‘een moeder die haar zoon komt aangeven - wat heeft hij nu weer gedaan?’

“Zijn geboorte, bedoel ik. Ik kom aangifte doen van zijn geboorte.”
Ze wijst naar de balie.
 
“Ik kom aangifte doen van de geboorte van mijn zoon.”
“Uw zoon?” De baliemedewerker kijkt een beetje argwanend naar mijn buik.
“Ja”, zeg ik.

Ik krijg een nummertje.
 
“Hoera, mijn zoon is geboren. Ik kom daarvan aangifte doen.”
De mevrouw in het hokje kijkt ook meteen naar mijn buik.

“Ik ben niet zelf bevallen”, zeg ik. “Mijn vrouw is bevallen.” Ik leg extra veel nadruk op ‘mijn vrouw’, omdat ik dat zelf ook pas sinds kort mag zeggen.
“Dat moet kunnen”, zegt ze.
“Sterker nog, dat kan”, roep ik blij.

Ze glimlacht en feliciteert me.

Trots toon ik het document waarop staat dat mijn zoon mijn achternaam mag dragen. Thomas Jacob Roze, twee dagen oud. Punkhaar, heldere blauwgrijze ogen, gaaf gezicht, rood neusje, nu al de liefste en de mooiste die er ooit bestaan heeft.

“Het duurt even”, zegt ze vriendelijk. “De computer gaat altijd eerst op zoek naar een vader.”

Ze vraagt of het goed gaat met de barende moeder en met mijn zoon. Ik vertel dat ze het fantastisch doen. Ik heb een zoon, ik heb een zoon.

“Kijk”, zegt ze, en ze draait het computerscherm een stukje naar me toe. Er staat een foutmelding op het scherm. Let op! Dit betreft een meemoeder. Klik op OK om verder te gaan.

Er rolt een document uit de printer. Ik moet controleren of alles klopt.

Bovenaan staat:
Naam moeder: Merel Roze

En ik wil meteen zeggen: dat is fout, ik ben de moeder niet.
Maar eronder staat:
Naam moeder uit wie het kind geboren is.

“Alles klopt”, zeg ik, met een brok in mijn keel.

Ik heb een zoon. Ik ben een moeder.

Girlpower

Zag een oud, klein, Marokkaans vrouwtje met hoofddoek een dichte bestelbus besturen in de spits in het centrum van Amsterdam, haar man naast haar.

Engeland

Koolzaadveld brandstof

scones! en clotted cream

The Old Swan

Arboretum

Links wassen

Mijn nieuwe spijkerbroek heeft nogal wat eisen. Met links strijken, daar kan ik nog op oefenen. Maar hoe leer ik mijn wasmachine apart links te wassen?
links wassen
Het komt misschien doordat mijn spijkerbroek niet uit textiel bestaat.

Paasei

Gevonden!
paasei gevonden

Doodlopen met Evy

Net toen ik bedacht dat ik geen enkele training voortijdig was gestopt, net toen ik had besloten dat ik nieuwe sportspullen mocht kopen om de grootse meeslepenheid te vieren, net toen ik leek te vliegen van de vrijgekomen endorfine, net toen ik me had ingeschreven voor mijn eerste loopje, net toen ik dacht dat ik onoverwinbaar was en frivool van een stoepje af rende, beet er een hondje in mijn kuit.

Tak!

Ik greep mijn kuit vast. Of althans, dat wilde ik doen, maar dat ging nog niet zo gemakkelijk.
Ik keek achter me.
Er was helemaal geen hondje.

Mijn kuitspier had uit zichzelf besloten om te knappen.

Zweepslag, zei de dokter later.
Zes weken rust.

Ik vind dat dat soort dingen niet mag gebeuren als je zo goed bezig bent. Ik vind dat je na grote, moeizame inspanning prijzen moet krijgen, gelauwerd moet worden, bijvoorbeeld door gewichtsverlies, drie jaar langer leven, complimenten van vreemden, of een waanzinnig lijf.

Kunnen we daar niet eens voor stemmen?

Hardlopen met Evy

Ik heb geen hardlooplichaam. Ik heb discipline.

De afgelopen weken rende ik keurig volgens het schema dat Evy me voorschotelde.
Drie keer per week.
Steeds iets verder, iets langer, iets sterker.
Soms ging de vooruitgang mondjesmaat. Dan weer ging ik verrassend met sprongen vooruit.
Soms wilde Evy iets van me dat ik onmogelijk achtte, maar ze had keer op keer gelijk: ik kon het aan.

En ja. Ik was fier op mij.

Ik was zo fier op mij, dat ik een glimlach van oor tot oor soms niet kon onderdrukken.

Gisteren nog. Ik rende vanaf mijn huis aaneengesloten naar het park. Eenmaal in het park aangekomen, rende ik verder. Niet even, een heel rondje zelfs, zonder te stoppen. Kilometers achtereen.

Een paar weken geleden nog was mijn ultieme doel van de training om het park aan te tikken, met wandelen tussendoor. Dacht ik dat ik langer dan een paar minuten hardlopen nooit zou halen. En nu rende ik, Merel Roze, gewoon door. Daar ging ik! Trompetgeschal! Hophophop, met die beentjes. Alsof het niks was. Alsof ik een ware atleet was. Alsof ik nooit anders had gedaan. Helemaal zelfstandig, met een beetje hulp van een Belgische dame.
Euforie.

De glimlach verdween niet.
Hij bleef zitten. Zelfs toen het ging regenen, rende ik door met die glimlach op mijn gezicht.

Een blije dwaas, ik.

Ik ren gestaag verder.
Eens kijken waar die beentjes me brengen.

Ambitie

Na het WK van 2010 vervloog voor mij de mogelijkheid om ooit nog uit te kunnen komen voor het Nederlands Elftal.

Wellicht was dat voor anderen al langer duidelijk, en zouden sommigen ook zeggen dat ik de verkeerde sekse heb voor het door mij beoogde team (dat zijn van die gendergevoelige typetjes). Anderen zouden beweren dat ik enig talent ontbeer en nooit op voetbal heb gezeten (oké, fair enough). Maar Giovanni van Bronckhorst was lange tijd mijn strohalm: een paar maanden ouder dan ik, dus het kon nog.

Het duurde een paar dolende jaren voor ik erover heen was en mijn evenwicht had hervonden.

En zoals dat gaat met hevige tegenslag en hartezeer: tijd heelt uiteindelijk de meeste wonden en dan ineens dienen zich onverwacht nieuwe mogelijkheden aan.

Zingen zoals Annie Lennox op de Grammys.
Het mooie is: ik heb nog 21 jaar om me daarop te verheugen - voor ik zo oud ben als zij.

Dat gaat me zeker lukken.

Annie Lennox at the Grammys