In de spits is er geen tijd voor zwakte

In de drukte van de avondspits wilde een Somalische vrouw met haar kinderwagen op Hoog Catharijne de roltrap af.
Ze twijfelde.
Kun je met een kinderwagen een roltrap af? Of stort de wagen dan, door het gewicht, de afgrond in? Zou ze de kracht hebben om de wagen in balans te houden en zelf staande te blijven?

Maar er was geen tijd om te twijfelen.
Achter haar dromden de mensen om het begin van de roltrap om de trein te halen die gereed stond.

"Sorry, sorry", zei ze.
En ze wierp haar kinderwagen de roltrap op. Op goed geluk.
De angst zorgde ervoor dat ze haar ogen even sloot.

"Kan iemand in godsnaam even helpen!?!", wilde ik roepen, maar de jongen, die voor haar op de roltrap stond, was me voor.
Hij pakte net op tijd het voorstuk van de kinderwagen en hield de wagen in balans.

De vrouw misstapte zich toen ze zelf op de roltrap ging staan.
Ze zocht haar evenwicht en keek achter zich, om aan de mensen achter haar haar verontschuldigingen aan te bieden.

Eenmaal beneden zette de jongen de wielen van de kar op de grond.
"Dank u wel, dank u wel, dank u wel", zei de vrouw, terwijl ze haar hoofd dienstbaar naar voren boog.
Ze zette de kinderwagen snel opzij, zodat ze niet meer in de weg stond voor alle mensen die achter haar voor de trein begonnen te rennen.

Buitenboord

"Ik neem echt geen buitenboord."
Het jongetje van een jaar of tien maakte zijn ogen groot.
De deur van de orthodontistpraktijk viel achter hem dicht.

Zijn vriendje lachte hem uit en sloeg zijn handen tegen zijn dijen.
Zijn vrijwel lege rugzakje vloog even naar voren op zijn rug.

"Ken je die zus van hoeheetie, Rachid? Die had een buitenboord. Ik neem echt geen buitenboord."
Het vriendje bleef lachen. Hij zei:
"Die andere dingen zagen ze eruit, ze zagen die eruit, zo in je mond. "

Het jongetje haalde zijn schouders op.
"Ik neem echt geen buitenboord, je hoort me."

Zonnebrillen

Vanwege het mooie weer en het op gang helpen van de lente:
son!

(Geen) zwevende kiezer

Sinds ik oud genoeg ben om te mogen stemmen, vallen de kabinetten bij bosjes, organiseert men bij het minste of geringste een referendum en mag ik bij gemeenteraadsverkiezingen 2x stemmen (zowel op de stad als op het stadsdeel). Je zou dus denken dat ik het de gewoonste zaak van de wereld vind.

Quod non.
Al weken ben ik mij aan het verheugen op 3 maart. En sindskort op 9 juni.
Als trots burger zal ik mijn plicht met overdreven enthousiasme doen en me heel bijzonder voelen op het moment dat het papier de stembus inglijdt.
Hoe fijn is het dat we het rode potlood hebben behouden.

Sinds ik heb gehoord dat de zwevende kiezer de uitslag zal gaan bepalen, ben ik zwevende kiezer.

Maar stiekem weet ik allang op wie ik ga stemmen. Net zoals in 2002 (waarheen gaat de tijd, ik voel me nauwelijks anders dan toen en het is al 8 jaar geleden) gaat mijn stem naar Lodewijk Asscher. Hoe dat in 2002 ging, valt nog in de krochten van deze site na te lezen (een leuk stukje, iedereen brabbelt nu blabla groot talent, minister-president etc, tsk, dat wist ik allang). Hij vertegenwoordigt mijn stem al 8 jaar naar mijn volledige tevredenheid.

En als ik hem dan zie spreken bij De Wereld Draait Door of Buitenhof, zie ik dat er wel degelijk 8 jaren voorbij zijn. Zijn haar wordt dunner, hij heeft wallen onder zijn ogen, hij is wat aangekomen.

Nee.
Wat ik bedoel: in die 8 jaren is hij alleen maar beter en beter geworden.

Beroepsdeformatie

'Nog even wachten.'
De politieagent drukte nog maar eens op enter.

Ik zat al een tijdje naar de achterkant van zijn beeldscherm te staren. Een ouderwets dik beeldscherm. De computer reutelde. Mijn vingers jeukten.

'Ik zie de zin niet.'
En hij drukte nog eens op enter.

'Daar is ie. Ik heb nu...', de agent ademde in en concentreerde zich. 'Hierbij verklaar ik, Merel Roze, dat iemand anders is in het bezit is van mijn paspoort een kopie van mijn paspoort. Hmm. Dit moet weg.'
We wachtten een paar seconden tot de backspace zijn werk had gedaan.

Hij las verder: 'Ik heb zelf zowel het contract en het kopie...'
'Als', zei ik.
De politieagent keek even op.

'Als', zei ik. 'Zowel..., als, niet en.'
De agent zuchtte en knikte.

Even ervoor, toen ik in de wachtkamer zat, was er een man dit hok in gestormd, roepend dat hij elk moment geliquideerd kon worden. Ik had me erg blank, erg hoogopgeleid en erg braaf gevoeld.

De agent ging verder. 'Ik heb zelf zowel het contract ALS het kopie...', las hij voor.
'De', zei ik.
De politieagent keek even op.
Het pistool aan zijn riem zag er erg echt uit.
'De kopie', zei ik. 'Niet het kopie.'

De agent, een geboren en getogen Amsterdammer, was liever boeven gaan vangen op straat dan processen-verbaal op te nemen.

'Ik verklaar het', zei ik verontschuldigend. 'Ik zou nooit het kopie verklaren.'
De agent knikte en wachtte tot de backspace zijn werk had gedaan.

Na een kwartier had hij de 10 regels op het scherm. Hij drukte op print.
'Hier mag je je handtekening zetten alsjeblieft', zei hij. 'En hier.'

Hij overhandigde me een van de twee verklaringen. 
'DE kopie', zei hij met een onderdrukte lach.

Criminelen, hoerenlopers, slachtoffers van ernstige misdrijven - de agent had ze allemaal voorbij zien komen. Nooit waren ze zo irritant geweest als Merel Roze.

Sven Kramer, olympisch kampioen

"Je moet hier naar links", zegt de Man des Huizes dan bijvoorbeeld.
"Volgens mij niet hoor", zeg ik.
"Jawel hoor."

En dan gebeurt het. Keer op keer. Ik volg het advies op van de Man des Huizes.
En keer op keer blijkt, op een uitzondering na, dat ik gelijk had.
Ik had de rechterbaan moeten nemen, zoals ik al dacht.

Het is me een raadsel waarom ik het advies blijf volgen.
Feit is wel dat ik altijd heel erg boos op mezelf word, omdat ik niet genoeg vertrouwen heb in mijn eigen gevoel.

De Man des Huizes kijkt nooit zo schuldbewust als Gerard Kemkers. Ik kijk soms wel bozer dan Sven Kramer.

Voortaan zal ik aan hem denken.
En aan een van de belangrijkste wissels van zijn leven.

De Man des Huizes en ik kunnen altijd nog een extra rondje om.

Een weekendje weg

"Een dikke vogel in de tuin!"
"Dat is vast de pauw, die komt hier vaker."
"Het is geen pauw."
"Hoe ziet ie eruit dan?"
"Kom kijken! Kom kijken!"
"Woe, dat is geen pauw. Zeker geen pauw."
"Ik denk een fazant."
"Een fazant, dat kan."
"Waar zijn de vogelboekjes?"
"Kijk, hij loopt."
"Het is een fazant, check dit plaatje in het boek."
"Ja, zeker weten, een fazant."
"Het is vast heel normaal, een fazant in de tuin."
"Wacht even, ik maak een foto."
"Kijk, hij vliegt! Hij vliegt!"

IJburg

Het werd weer eens tijd om IJburg uit te checken. We wonen redelijk dichtbij, maar het ligt nooit op je weg, het waait er altijd hard, en het leeft er nog niet echt. Tenminste, dat is de mening van iemand die er bijna nooit komt. IJburg wordt aan Amsterdam verbonden met twee bruggen, die op de fiets vanwege die wind een grote uitdaging vormen. Gelukkig is er ook een tram.

De zon scheen, en er bleek nog veel sneeuw te liggen. De grachtjes en sloten waren dichtgevroren en zelfs een deel van het IJsselmeer was dicht. In de verte zagen we de stompe toren van Ransdorp liggen.

We dronken thee in het kleine haventje, in een heel leuk café dat ik nog niet kende. Verderop bleek ook een café te zitten dat er aardig uitzag. Als dat allemaal mogelijk is, dan wordt het nog wel wat met IJburg. We banjerden door de nieuwbouw, door stukken waar mensen wonen met heel veel geld, en door stukken sociale woningbouw.

Af is het nog niet echt, maar het begint te komen. Ik begreep op sommige plekken zelfs wel waarom je er zou gaan wonen. Maar toen de tram ons terug de stad in bracht, in onze wijk waar dezelfde soort nieuwbouw tussen oudbouw uit vervlogen eeuwen staat, aan de horizon torentjes te zien zijn en sommige huizen kraken, voelde ik me meer op mijn gemak.

ijburg
ijburg en ransdorp
IJburg
In de tunnel naar IJburg