Schoontijgeren

Hij kruipt! Hij kruipt! 

iPhone meteen op videostand, filmpje waarop te zien is dat Thomas zich kruipend voortbeweegt (waarbij een moeder het nodig vond om te zeggen dat dit toch echt nog tijgeren heet) gaat sneller naar alle familieleden dan het wereldnieuws. 

Kijk wat hij kan! Wat goed! Wat gaaf!

Dat was nog geen week geleden. 

De lamp, de kranten, de voorleesboekjes, de etensbakjes van de katten: ze hebben allemaal het loodje gelegd onder zijn bezielende leiding. Zijn graaiende dikke armpjes ontpoppen zich als wapens van massadestructie. 

Op onze vloer blijken talloze levensgevaarlijke dingen te liggen. Een lepeltje waarmee hij de positie van zijn huig nogal grondig onderzoekt, het steeltje van een kers dat ook hoppa zo ver mogelijk naar binnen moet. En een eerder op de dag gevallen aardbei zorgt voor nogal wat commotie (Hij heeft bloed! Bloed!). De gitaar was al ontstemd, maar nu nog meer.

Dat waterbakje van de poezen is superleuk om omver te gooien. En wacht eens, als ik nou in dat water rondjes draai, dan kan ik meteen de vloer schoontijgeren. 

Vonden we andere baby’s soms wat vies, nu houden we ons voor altijd op de vlakte. 

Het wordt alleen maar leuker, zegt iedereen.
Maar het was al zo leuk.
En zo lekker rustig.

Placebo

Bij bosjes gingen ze neer. Vrienden, familie, collega’s. De ene griep nog erger dan de andere.  

Maar ik bleef fier overeind. 

Aan wie het maar wilde horen, gaf ik het nimmer falende advies dat ik ooit van een arts had gekregen: in de winter elke dag een vitamine C-bruistablet en je hoeft geen griep te vrezen. 

Twee weken geleden gaf ik een training waar ook enkele artsen bij waren. Een van de artsen schreef een column over de onzin van vitamine C-bruistabletten naast een gezonde voeding. 

Ik vroeg haar die zin nog eens te herhalen. En ik vertelde aan de groep hoe groot mijn geloof in de bruistabletten de afgelopen jaren was geworden. 
“Louter een placebo”, zei een huisarts.
“Maar bij mij werkt het!”, riep ik. 
“Een goed placebo kan een heel goede werking hebben”, glimlachte hij. 
“Gewoon blijven slikken”, zei een andere arts. “Kan totaal geen kwaad.”

Maar dat deed ik natuurlijk niet. Als je eenmaal weet dat je een placebo neemt, schiet het weinig meer op. 

Twee weken geleden nam ik het laatste tablet. Deze week werd ik ziek. Met temperaturen die ik sinds mijn kindertijd niet meer had hoeven ervaren. 

Zojuist ben ik weer met mijn placebo begonnen.

Thomas Jacob Roze

“Ik kom mijn zoon aangeven”, zeg ik.

Ik verwacht een felicitatie. Maar de dame van de beveiliging kijkt naar me met een blik van: ‘een moeder die haar zoon komt aangeven - wat heeft hij nu weer gedaan?’

“Zijn geboorte, bedoel ik. Ik kom aangifte doen van zijn geboorte.”
Ze wijst naar de balie.
 
“Ik kom aangifte doen van de geboorte van mijn zoon.”
“Uw zoon?” De baliemedewerker kijkt een beetje argwanend naar mijn buik.
“Ja”, zeg ik.

Ik krijg een nummertje.
 
“Hoera, mijn zoon is geboren. Ik kom daarvan aangifte doen.”
De mevrouw in het hokje kijkt ook meteen naar mijn buik.

“Ik ben niet zelf bevallen”, zeg ik. “Mijn vrouw is bevallen.” Ik leg extra veel nadruk op ‘mijn vrouw’, omdat ik dat zelf ook pas sinds kort mag zeggen.
“Dat moet kunnen”, zegt ze.
“Sterker nog, dat kan”, roep ik blij.

Ze glimlacht en feliciteert me.

Trots toon ik het document waarop staat dat mijn zoon mijn achternaam mag dragen. Thomas Jacob Roze, twee dagen oud. Punkhaar, heldere blauwgrijze ogen, gaaf gezicht, rood neusje, nu al de liefste en de mooiste die er ooit bestaan heeft.

“Het duurt even”, zegt ze vriendelijk. “De computer gaat altijd eerst op zoek naar een vader.”

Ze vraagt of het goed gaat met de barende moeder en met mijn zoon. Ik vertel dat ze het fantastisch doen. Ik heb een zoon, ik heb een zoon.

“Kijk”, zegt ze, en ze draait het computerscherm een stukje naar me toe. Er staat een foutmelding op het scherm. Let op! Dit betreft een meemoeder. Klik op OK om verder te gaan.

Er rolt een document uit de printer. Ik moet controleren of alles klopt.

Bovenaan staat:
Naam moeder: Merel Roze

En ik wil meteen zeggen: dat is fout, ik ben de moeder niet.
Maar eronder staat:
Naam moeder uit wie het kind geboren is.

“Alles klopt”, zeg ik, met een brok in mijn keel.

Ik heb een zoon. Ik ben een moeder.

Girlpower

Zag een oud, klein, Marokkaans vrouwtje met hoofddoek een dichte bestelbus besturen in de spits in het centrum van Amsterdam, haar man naast haar.

Engeland

Koolzaadveld brandstof

scones! en clotted cream

The Old Swan

Arboretum

Links wassen

Mijn nieuwe spijkerbroek heeft nogal wat eisen. Met links strijken, daar kan ik nog op oefenen. Maar hoe leer ik mijn wasmachine apart links te wassen?
links wassen
Het komt misschien doordat mijn spijkerbroek niet uit textiel bestaat.

Paasei

Gevonden!
paasei gevonden

Doodlopen met Evy

Net toen ik bedacht dat ik geen enkele training voortijdig was gestopt, net toen ik had besloten dat ik nieuwe sportspullen mocht kopen om de grootse meeslepenheid te vieren, net toen ik leek te vliegen van de vrijgekomen endorfine, net toen ik me had ingeschreven voor mijn eerste loopje, net toen ik dacht dat ik onoverwinbaar was en frivool van een stoepje af rende, beet er een hondje in mijn kuit.

Tak!

Ik greep mijn kuit vast. Of althans, dat wilde ik doen, maar dat ging nog niet zo gemakkelijk.
Ik keek achter me.
Er was helemaal geen hondje.

Mijn kuitspier had uit zichzelf besloten om te knappen.

Zweepslag, zei de dokter later.
Zes weken rust.

Ik vind dat dat soort dingen niet mag gebeuren als je zo goed bezig bent. Ik vind dat je na grote, moeizame inspanning prijzen moet krijgen, gelauwerd moet worden, bijvoorbeeld door gewichtsverlies, drie jaar langer leven, complimenten van vreemden, of een waanzinnig lijf.

Kunnen we daar niet eens voor stemmen?