Doodlopen met Evy

Net toen ik bedacht dat ik geen enkele training voortijdig was gestopt, net toen ik had besloten dat ik nieuwe sportspullen mocht kopen om de grootse meeslepenheid te vieren, net toen ik leek te vliegen van de vrijgekomen endorfine, net toen ik me had ingeschreven voor mijn eerste loopje, net toen ik dacht dat ik onoverwinbaar was en frivool van een stoepje af rende, beet er een hondje in mijn kuit.

Tak!

Ik greep mijn kuit vast. Of althans, dat wilde ik doen, maar dat ging nog niet zo gemakkelijk.
Ik keek achter me.
Er was helemaal geen hondje.

Mijn kuitspier had uit zichzelf besloten om te knappen.

Zweepslag, zei de dokter later.
Zes weken rust.

Ik vind dat dat soort dingen niet mag gebeuren als je zo goed bezig bent. Ik vind dat je na grote, moeizame inspanning prijzen moet krijgen, gelauwerd moet worden, bijvoorbeeld door gewichtsverlies, drie jaar langer leven, complimenten van vreemden, of een waanzinnig lijf.

Kunnen we daar niet eens voor stemmen?

Hardlopen met Evy

Ik heb geen hardlooplichaam. Ik heb discipline.

De afgelopen weken rende ik keurig volgens het schema dat Evy me voorschotelde.
Drie keer per week.
Steeds iets verder, iets langer, iets sterker.
Soms ging de vooruitgang mondjesmaat. Dan weer ging ik verrassend met sprongen vooruit.
Soms wilde Evy iets van me dat ik onmogelijk achtte, maar ze had keer op keer gelijk: ik kon het aan.

En ja. Ik was fier op mij.

Ik was zo fier op mij, dat ik een glimlach van oor tot oor soms niet kon onderdrukken.

Gisteren nog. Ik rende vanaf mijn huis aaneengesloten naar het park. Eenmaal in het park aangekomen, rende ik verder. Niet even, een heel rondje zelfs, zonder te stoppen. Kilometers achtereen.

Een paar weken geleden nog was mijn ultieme doel van de training om het park aan te tikken, met wandelen tussendoor. Dacht ik dat ik langer dan een paar minuten hardlopen nooit zou halen. En nu rende ik, Merel Roze, gewoon door. Daar ging ik! Trompetgeschal! Hophophop, met die beentjes. Alsof het niks was. Alsof ik een ware atleet was. Alsof ik nooit anders had gedaan. Helemaal zelfstandig, met een beetje hulp van een Belgische dame.
Euforie.

De glimlach verdween niet.
Hij bleef zitten. Zelfs toen het ging regenen, rende ik door met die glimlach op mijn gezicht.

Een blije dwaas, ik.

Ik ren gestaag verder.
Eens kijken waar die beentjes me brengen.

Ambitie

Na het WK van 2010 vervloog voor mij de mogelijkheid om ooit nog uit te kunnen komen voor het Nederlands Elftal.

Wellicht was dat voor anderen al langer duidelijk, en zouden sommigen ook zeggen dat ik de verkeerde sekse heb voor het door mij beoogde team (dat zijn van die gendergevoelige typetjes). Anderen zouden beweren dat ik enig talent ontbeer en nooit op voetbal heb gezeten (oké, fair enough). Maar Giovanni van Bronckhorst was lange tijd mijn strohalm: een paar maanden ouder dan ik, dus het kon nog.

Het duurde een paar dolende jaren voor ik erover heen was en mijn evenwicht had hervonden.

En zoals dat gaat met hevige tegenslag en hartezeer: tijd heelt uiteindelijk de meeste wonden en dan ineens dienen zich onverwacht nieuwe mogelijkheden aan.

Zingen zoals Annie Lennox op de Grammys.
Het mooie is: ik heb nog 21 jaar om me daarop te verheugen - voor ik zo oud ben als zij.

Dat gaat me zeker lukken.

Annie Lennox at the Grammys

Citaat Shakespeare andermaal

Door een mail vanochtend werd ik jaren terug in de tijd geworpen.

De mail luidde:

Florrie kon in '02 martinus nijhoffs vert. vd prospero-vert. niet vinden.
Hieristie:

De feestvreugde is voorbij. Ik zei u toch,
De spelers waren geesten; zij zijn thans
Tot lucht teruggevloeid, tot dunne lucht.
En als dit voos en vluchtig visioen
Zo gaan omwolkte torens, lustpaleizen,
Gewijde tempels, ja, de aardbol zelf
En alles wat hem opvolgt, eens teloor,
Zonder dat er, als van dit ijle spel,
Een spoor van blijft.Wij zijn van eender maaksel
Als dromen zijn en ons geringe leven
Ligt midden in een slaap.

(einde mail)

Ik wist meteen waar het over ging, ook al is het meer dan 12 jaar geleden. Lees het oude blogje en alle mogelijke vertalingen van het citaat van Shakespeare.

Wat een fijne tijd was dat.

Hoe internet me aan het hardlopen kreeg

Sinds kort durf ik het hardop te zeggen.
Ik ren.

Weliswaar nog met wat wandelen tussen de renstukken door. Maar het gegeven is er: ik loop hard. Al een tijdje. Ik houd het vol. En ik vind het nog leuk ook.

Dat ik ben begonnen met rennen, komt niet door alle updates op Facebook en Twitter: “Just completed a 21.11 km run with @RunKeeper” of “1:09.37 ‪#‎pr‬ ‪#‎damloop‬”. Nee, die berichten werken eerder averechts. Allemaal toptijden en afstanden waar ik nog steeds alleen van kan dromen (dat zijn dan nachtmerries).‬‬

Het komt ook niet door de handige apps die je tegenwoordig hebt om van alles mee bij te houden. Hoewel die waarschijnlijk wel de reden zijn dat ik doorga. Ik doe mijn trainingen net als veel anderen onder begeleiding van de Vlaamse Evy (“Ik ben fier op u, Merel! Allez-hop met die beentjes!”). Ik dank de zendmasten en providers die mij genoeg internet geven om via de app mijn eigen statistieken bij te houden. Dat geeft de burger moed en doorzettingsvermogen.

Het komt ook niet door Google Maps, waarmee ik thuis mijn routes uitzet, nauwkeurig bepalend bij welke weg ik de minste stoplichten tegenkom, en het liefst ook de minste pottenkijkers.

Het komt ook niet doordat het internet me de hele tijd vertelt dat ‘veel zitten het nieuwe roken’ is, namelijk dodelijk. En dat ik daardoor uit die stoel kwam en besloot het hardlopen op te pakken.

Nee, de echte reden waarom internet me aan het hardlopen kreeg, is omdat ik op Amsterdam Yard Sale een trainingsbroek aangeboden zag. Mijn maat. Slechts € 5. Het was nota bene mijn buurvrouw die de broek aanbood, en daarom reageerde ik. Binnen 5 minuten was ik ineens eigenaar van een hardloopbroek.

“Dan moet je nu ook gaan rennen”, zei mijn hardlopende vriendin.
Tegen deze logica kon ik niets inbrengen.
En dus liep ik weer 5 minuten later ineens achter haar aan, op haar oude schoenen, in mijn fonkelnieuwe broek.

Ik zou zeggen: allez-hop met die beentjes, op naar de Dam tot Dam-loop. 1:50.37 #pr

Deze column verscheen eerder in de nieuwsbrief van XS4ALL.

Agenda komende workshops

Het is weer voorjaar!
(U gelooft me niet? Ik zag zojuist, trappend tegen de najaarswind in de herfstige regenbui in het plantsoen de krokusjes bloeien)

En dus starten de workshops bij [De Redactie] Trainingen weldra weer. Altijd een mooi moment! Misschien zit er iets van uw gading bij. Dan zie ik u graag in de schoolbanken terug.

Maandag 2 februari: schrijven voor mobiel/responsive
Maandag 9 februari: eindredactie voor internet
Maandag 16 februari: columns en blogs
Maandag 23 februari: schrijven voor social media

En Schrijven voor internet, samen met grootmeester Hans Vos, 4 woensdagavonden in maart.
Of, voor de zeer snelle beslissers, want die gaat dinsdag al van start, de 10 avonden Schrijven Compleet, samen met Hans Vos en Dolf Weverink.

Merel Roze training schrijven reacties

Exit 2014

Op nieuwjaarsdag 2014 werd ik wakker in het ziekenhuis.

Op oudejaarsavond was ik met spoed binnengereden, in mijn buik zat vocht (de arts die me ontving, had zijn smoking voor het feest al aan, en sprak van 4 bierglazen vocht en zei erbij: als ik in champagneglazen zou rekenen, zouden het nog veel meer zijn). Alles deed godsgloeiend veel pijn en ik moest ervan braken en ik viel bijna flauw. De gasten van het feest bij ons thuis zouden weldra arriveren, we moesten iets regelen met sleutels, dacht ik nog. Even later lag ik onder de morfine in een bed op de zevende verdieping, en om 12 uur 's nachts had ik uitzicht op het vuurwerk boven de stad. Lieve M. was even ervoor champagne en glazen komen brengen en had ook de nachtverpleging op de kamer uitgenodigd. Er ontstond zowaar een soort feestje, dat ik in benevelde toestand zo'n beetje gadesloeg. Mijn kamergenote van 70 (nieuwe heup) bekende de volgende dag dat ze in jaren niet zo'n leuk oud en nieuw had gehad. Op Nieuwjaarsdag zag ik alle hoeken en voegen van de wc-ruimte van het OLVG en drukte ik veel op de rode knop.

Ik lag een week in het ziekenhuis.
Het zou nog maanden duren voor ik de oude was, zeiden ze. En in de weken erna merkte ik dat dat klopte.

In mei liep ik op Corsica een berg op, waarna ik verderop in de diepte het dorp Girolata zag liggen, onze dagbestemming. Blauwe zee, blauwe lucht, groen landschap en roodbruine rotsen. Ik snoof de lucht op. En ineens kwam het besef: ik had geen pijn. Geen rugpijn, geen buikpijn. Mijn lichaam had mij zonder piepen en klagen deze bergtop op gekregen. Free at last.

Er waren meer hoogtepunten, en ook een noodlottig, nodeloos en vreselijk dieptepunt, maar het mooiste hoogtepunt kwam vlak voor het einde van het jaar. Op 21 december riep M. ineens, na een wandeling op het strand, ik had mijn telefoon al een tijdje niet meer bekeken: "We zijn tante!!!" En we sprongen op en neer door de kamer, met tranen in onze ogen, en in mijn lijf waren zo veel emoties dat ik wel moest blijven springen en tegelijkertijd omhelzen en ook uitroepen van vreugde slaken om die plotseling overweldigende energie een plek te geven. Dat het daarbij weer in mijn rug schoot, boeien.

Ik wil bescheiden zijn met mijn wensen voor 2015. Wereldvrede, geen laffe beschietingen of bomaanslagen, waar dan ook ter wereld uit naam van wie dan ook die er nooit om gevraagd heeft. Het leven is zo mooi en vaak zo goed. Waarom daar niet met elkaar van genieten. Het liefste zonder pijn. Ook niet als ik lach.

Nou nog lang niet ZO oud heus

"Zo, ik krijg het ineens warm. Ligt dat aan mij?", vroeg ik aan de deelnemers van de training Columns en Blogs, die vlijtig aan het schrijven waren.

"Hangt ervan af. Hoe oud ben je?"