Op de fiets (42)

Ik had een brief gepost en fietste daarom even over de stoep. Ik wilde het fietspad opgaan, een klein stukje in tegengestelde richting, om daarna legaal linksaf te slaan. Maar op het fietspad was het te druk en dus reed ik nog even verder over de stoep.

Een vader laadde zijn auto uit. Hij liep, verborgen achter een grote stoel, zijn betegelde voortuintje door. Op de stoep stond zijn zoontje. Het jongetje, zo hoog als mijn fietsband, wilde zijn vader achterna gaan, maar zag toen mij. Zijn ogen werden groot. Hij stond stil en keek naar mij. Ik durfde hem niet te passeren, in de angst dat hij een ongecontroleerde beweging zou maken. Ik wachtte even en zei het jongetje gedag.

Het jongetje was duidelijk vol verbazing over mijn fiets op de stoep. Hij stak zijn tong naar mij uit. In zijn handen had hij een plastic tasje met stokbroden erin. Hij verborg zijn gezicht achter een stokbrood terwijl hij zijn tong tot uitzinnige inspanning opzweepte.
Ik stak mijn tong naar hem uit. ‘Dat mag je niet doen’, zei hij streng en verbolgen. ‘Dan mag jij het ook niet’, zei ik. ‘Ja, maar jij fietst op de stoep en dat mag echt niet’, zei hij met gefronste wenkbrauwen. Hij schudde zijn hoofd. Het jongetje was piepklein en bijzonder welopgevoed.

‘Daar heb je gelijk in’, zei ik. De vader van het jongetje kwam weer naar buiten. ‘Papa, zij fietst over de stoep’, zei hij tegen zijn vader, terwijl hij naar mij wees. De vader had geen oog voor de situatie en nam het jongetje onder zijn arm mee naar binnen. Het jongetje probeerde me aan te blijven kijken en bleef tot ik de hoek om was, roepen dat ik niet over de stoep mocht fietsen.

Het jongetje was supercool. Ik zeg burgemeester in 2050. Met een grote glimlach op mijn gezicht sloeg ik linksaf.

acht reacties

“En wanneer besloot u dat u burgemeester wilde worden?”

“Wel, eens kijken, begin 2003 hielp ik mijn vader, God hebbe zijn ziel, met het uitladen van de auto. Ik droeg stokbroden, als ik het me goed herinner. Opeens was daar een mevrouw op een fiets. In plaats van gewoon door te rijden, bleef ze me een beetje aanstaren. Toen heb ik, ondanks dat ik erg bang was dat ze me aan zou rijden, of erger nog, mijn stokbroden zou pikken, mijn tong naar haar uitgestoken. Je moet toch iets, en het leek stoer. Om de één of andere reden ontspon zich toen een gesprek, en ik ontdekte dat ik haar met mijn charismatische uitstraling en beperkte vocabulaire kon bewegen om weg te gaan, zonder vernielingen aan te richten of een gevecht te starten. Vanaf dat moment wist ik, dat ik het in me had.”

“Een mooi verhaal. Weet u trouwens, dat in het perbericht ‘burgermeester’ stond, in plaats van ‘burgemeester’?”

“Weet u, het woord ‘burgemeester’ is het meest ONLOGISCH gespelde woord van de Nederlandse taal. Ik weiger het te spellen als burgemeester. Een meester van de burge? Nee, dank u beleefd”.

Mijmer, - 20-01-’03 09:01

Volgens mij was dat jochie nog maar hàlf opgevoed, want een belangrijk onderdeel van de Nederlandse omgangsvormen (mij zie je geen n***** en w****** schrijven!) is dat je je niet met andermans zaken bemoeit. Maar dat leert-ie vast nog wel, te oordelen naar de reactie van zijn pa. Maar misschien wordt-ie toch nog wel burgemeester :-).

Beernd, (URL) - 20-01-’03 10:47

En als het jochie geen burgemeester wordt, wordt ie vast klokkenluider.

Lcs, - 20-01-’03 11:50

Desnoods agent.

Martijn, (E-mail ) - 20-01-’03 12:17

Opgevoed?
Hij zei geen U tegen je.
Schande!

Aussie, - 20-01-’03 12:42

Huh? Wat zijn jullie netjes daar in Amsterdam. In Rotterdam steken ze zo’n knul direct neer.

Chris, - 20-01-’03 15:36

Speelde dit tafereel zich soms af in het netjes aangeharkte Gooi? Daar zijn alle jochies zoontjes van burgermeesters….

Ellen, (URL) - 20-01-’03 16:00

Hahaha, echt een geweldig jongetje. Die heeft tenminste nog normen en waarden! Wat je niet van de meeste mensen kunt zeggen. (ik lees al langer je website maar reageer voor de eerste keer).

Perwin, (E-mail ) (URL) - 20-01-’03 20:40