'Oh, getteget'. De vrouw zocht naar haar strippenkaart. 'Nu kan ik hem weer niet vinden'. Ze was een jaar of 60, had een enorme bos platinablond haar dat met veel zorg omhoog geföhnd was, en een bril met een gouden montuur en een gouden schakelkoordje. Ze boog zich voorover om de strippenkaart in haar gouden tasje te zoeken. Haar zwarte legging had elastieken aan de onderkant die onder haar voet in pumps met een tijgerprintje uitkwamen.
Naast haar André Hazes, maar dan een tikkeltje slimmer en zeker een tikkeltje liever ogend. Wel een gouden tand, en een bibberende hondje op schoot dat geen houding kon vinden waarin het stevig kon staan. En een onvervalst Amsterdams accent. De man aaide het beestje over haar kop. Het beestje likte enthousiast het zout van zijn hals.
'Maar je hebt toch al gestempeld?', zei de man tegen de vrouw in een poging haar onrustige speurtocht halt toe te roepen. Ze zaten al in een rijdende metro, maar de vrouw wees hem erop dat er tegenwoordig ook soms bij de uitgangen werd gecontroleerd of je wel een geldig vervoersbewijs bij je had. En ze kon het niet uitstaan dat ze haar kaart nu niet meer kon vinden.
Hij stelde haar gerust. Ze stopte met zoeken. Ze waren even stil.
Het hondje kwispelde en de man begon een verhaal over het beste hondenvoer voor oude hondjes. De vrouw vertelde dat ze ook altijd een hondje had gehad, maar dat ze in de loop der jaren allemaal dood waren gegaan. Ze dorstte geen nieuwe te nemen. Ze waren een beetje zenuwachtig en leken te praten om de stilte op te vullen.
Na een volgende spraakwaterval was het weer even stil. De vrouw keek zenuwachtig uit het raampje van de metro die door de tunnel raasde.
De man legde ineens zijn hand liefdevol op de knie van de vrouw.
De vrouw schrok even. Haar rug rechtte zich. De hond kwispelde.
Heel voorzichtig legde ze haar hand op de knie van de man. Hij legde zijn hand op haar hand.
'Ik vond het gezellig vandaag', zei de man tegen de vrouw. 'Ik ook', zei de vrouw met een kikker in haar keel. Ze keken elkaar vol spanning aan. Het hondje begon de hand van de vrouw te likken.
Mijn vader had een handtekening waarin de R van Roze geschreven was als de kleine versie van de letter (een soort pi-teken) vanwaar de deksel het meest interessante deel van de letter vormde. Toen ik mijn handtekening ging ontwerpen (wanneer doe je dat?) en hem 500x op een wit vel papier had neergezet, leek mijn handtekening een beetje op die van mijn vader. En dat was nou net de bedoeling.
Vol trots liet ik hem aan mijn vader zien. Hij zei terecht: 'maar je streept je eigen naam door aan het einde!' Toch hield ik de handtekening want ik was apetrots op de door mij bedachte kloon.
Al jaren heb ik er genoeg van. Al jaren denk ik erover hem te veranderen. Maar als je nagaat waar ik hem allemaal wel niet heb neergezet, dan duidt dat meteen op problemen als ik hem nu ga veranderen. En hoe verander je een handtekening? Moet ik naar de koningin toe? Volstaat de bank? Premier Kok?
Toen ik mijn NS Voordeelurenkaart kocht, twee maanden geleden in Den Haag, kreeg ik een geplastificeerd treinkaartje met de tekst erop dat dat een tijdelijke Voordeelurenkaart was. Toch een beetje teleurgesteld, ik wilde zo'n mooie blauwe pas met mijn lachende gezicht erop, ging ik er mee naar huis, in de wetenschap dat ik weldra een echte zou ontvangen.
Gelukkig hoorde ik van iedereen dat dat nog een hele tijd zou duren, en inderdaad, pas afgelopen zaterdag kreeg ik eindelijk mijn echte, mijn nieuwe, mijn fijne, mijn lachende. Ik opende de envelop, stopte de kaart in het pasjessegment van mijn portemonnee en ging op weg naar het station.
In de trein keek ik er eens goed naar: mijn gezicht te midden van een aaneenschakeling van kleuren, figuurtjes, een streepjescode, MJK, een nummer en de datum tot en vanaf wanneer hij geldig was. Geldig van 09-04-2001, tot en met 08-04-2003.
Huh? April? 04? Ik had het ding in september gekocht. Inderdaad, u raadt het al, 4 september om precies te zijn. De kaart zou een half jaar langer geldig moeten zijn. Grr. Was ik net zo blij met mijn pasje, had ik er al meteen problemen mee.
Toen de conducteur kwam, legde ik het uit. Hij begreep het pas toen de hele wagon het ook al had begrepen (hij riep steeds: 'mevrouw, dat ding is nu gewoon geldig hoor!'). Hij kon niets voor me doen, behalve een nummer geven van 10 Eurocent per minuut. Dat moet ik bellen, het probleem uitleggen (1 Euro kwijt en die heb ik nog niet eens), en dan zullen ze het in ogenschouw nemen, daarna krijg ik een nieuwe tijdelijke kaart en moet ik de huidige vernietigen, dan duurt het nog even voordat ze een nieuwe kaart hebben aangemaakt (waarschijnlijk een nieuwe pasfoto laten maken ook) en dan zou het allemaal goedkomen. Vast voor 08-04-2003 denk ik. Gelukkig heb ik het bonnetje van de aanschaf nog, en heb ik mijn tijdelijke kaart nog niet weggegooid. Bewijsmateriaal voor in de bureaucratische rechtbank.
Anderhalf etmaal geleden al, stond ik ergens tussen de Melkweg en Paradiso in, mijn arm vooruitgestrekt voor de mevrouw die mij mijn polsbandje en tevens passepartout omdeed. Achter mij een korte rij festivalgangers, plus iets verderop een plein vol boeren die zich afvroegen wat de rare alternativo's daar op hun plek deden, op hun vaste vrijdag avondje zupen en achter de wieven an.
Michael Franti en Spearhead. Het is iets wat je moet meemaken, denk ik. Ik geloof niet dat ik een CD van ze zou kopen, maar vijfkwartier Spearhead in een vol Paradiso doet je wel direct afvragen waarom er überhaupt ellende en oorlog is, waar dan ook, hoe dan ook. De immer politiek correcte Michael Franti brengt zijn ideeën en zijn muziek op zo een oprechte manier dat de zaal na een paar minuten tot helemaal achteraan aan het springen was, om vervolgens tijdens een speech met kippevel te staan luisteren. You can bomb the world into pieces, but you can't bomb the world into peace.
Vijfkwartier fijn.
Vervolgens, nat van het zweet, maar onze jas in de garderobe want we zouden toch nog terugkomen in Paradiso, dus laat maar hangen, deden we een poging om naar Mercury Rev te komen in de Melkweg. De rij voor de Melkweg (toch altijd een stuk minder na het immer fijne Paradiso) vormde een mooie bocht over een groot deel van de Lijnbaansgracht. Maar het schoot redelijk op en na tien minuten stonden we helemaal vooraan. Op dat moment kwam er een mannetje met een slechtwerkende megafoon ons vertellen dat het nu vol was binnen en dat het nog wel zo'n drie kwartier kon duren voordat de deur weer open zou gaan. Er verlieten welgeteld twee mensen de rij. De rest wachtte geduldig af. Vanaf buiten konden we binnen grote drommen mensen zien - een weinig aantrekkelijker omgeving dan waar wij stonden.
Gelukkig mochten we redelijk snel naar binnen alwaar wij net als vele andere bezoekers buiten de zaal moesten blijven staan en vanaf daar nauwelijks iets mee konden pikken van Mercury Rev. Wat ik meekreeg, was het overigens wel waard om ze nog eens een oor te lenen.
I Am Kloot speelde even later in de andere zaal. Plek zat! Veel fans inmiddels die de liedjes mee konden zingen, veel grappen van de zanger nog steeds hetzelfde doch nog steeds charmant (behalve tegen zijn geluidsman). Joost Zwagerman las ervoor wat poëzie voor, maar het kwam niet over bij het publiek en dat scheen hij zelf als beste te beseffen en niet eens erg te vinden. Leuk hoor, Crossing Border, maar een schrijver voor een zaal vol beschonken mensen zetten die staan te wachten op de volgende muziekact... ach.
Terug naar Paradiso. Langs de Stadsschouwburg waar dikke rijen stonden voor Eels. In Paradiso het omvangrijke El Tattoo del Tigre uit België - de volledige bigband paste maar net op het podium. Feest, mambo, kazigheid (TM Petra) en vrolijkheid. Na een paar nummers vonden we het wel welletjes met de enthousiaste Belgen en leek het mij wel een poging waard om te kijken of we nog een laatste half uurtje Eels zouden kunnen meepakken.
Voor de Stadsschouwburg nog steeds een rij, maar een overzichtelijke, en eentje die vrij constant in beweging was. Na tien minuten waren we binnen. We hoorden helemaal geen muziek, en toen we eindelijk in de zaal stonden, bleken de roadies nog bezig met stemmen, opzetten en oneoneonetwothree-en. Eels was uiteindelijk meer dan een uur te laat, wat ons de gelegenheid gaf ons aangenaam te nestelen op de laatste twee pluche stoeltjes van de zaal (met gevaar dat we door de drank en moeheid in slaap zouden vallen). Mooi om de schouwburg eens op een andere manier te zien: mensen met jassen aan, hangend over elkaar heen, losjes de benen op de schoot van hun liefje, verlopen hoofden vol met drank en sigaretten (die mochten beiden nu natuurlijk de zaal niet in, maar die waren duidelijk vooraf wel al genuttigd) op plekken waar normaal voornamelijk middelbare dames en heren netjes in het gelid zitten - een aantal verdwaalde studenten daargelaten.
Vanaf onze pluche stoelen bijna anderhalf uur naar de nerds van Eels gekeken en geluisterd. Een schouwburg met een alom gehate prosceniumboog misstond hen in het geheel niet, aangezien zij toch meestal optreden met een vierde wand in hun achterhoofd. Heel zelden wierp Mr E. een blik te zaal in om vervolgens snel weer naar zijn toetsen en/of gitaar te kijken. Een tussentijdse grap liet zien dat hij wel degelijk humor had, maar veel verder dan dat kwam het niet. Jammer dat ze bijna niet speelden wat ik kende, maar verder wel een stuk beter dan op Lowlands - en een goede drummer waar ik me voornamelijk aan heb zitten vergapen (dit geenszins vanwege zijn knappe uitstraling, wel vanwege zijn acties).
Onze fietsen stonden nog waar we ze hadden neergezet. Een erg leuke avond! Dank je wel Sarah voor mijn verjaardagskado! :-)
Een tijd geleden alweer, namelijk de avond van de weblogmeeting, maakte ik deze foto in Leiden, met het
Mirror Project in mijn achterhoofd. Gisteren heb ik hem ingestuurd en vandaag
staat ie er op.
Hee
Tripleee, op deze plaats komt
een verslagje te staan van Crossing Border hoor. Maar nu ben ik te laat voor mijn werk en kon ik mijn bed niet eerder uitkomen vanwege boel slaap en suizende oren, dus even geduld!
:-)
Maar ik ben wel
Petra tegengekomen.
Ik ga vanavond naar Crossing Border (net zoals
Petra en
Els, las ik). Een soort reprise van Lowlands: de bands die op Lowlands bevielen (Spearhead en I Am Kloot bijvoorbeeld) doen het nog eens dunnetjes over, en de bands die ik niet kon zien op Lowlands vanwege tijdgebrek of 250 mm regendruppels (zoals El Tattoo del Tigre) krijgen vanavond een extra kans. In deze optiek zal ik Eels moeten laten varen, want dat viel alleen maar tegen toen.
Wel jammer dat er weinig anders, verrassends, geprogrammeerd staat naast de bands die toch al op Lowlands waren. Wel Turin Brakes, maar die treden weer op in een kleine zaal die waarschijnlijk volzit. En Super Furry Animals wil ik eigenlijk ook wel zien. En Mercury Rev. Oh, wat is het moeilijk om te kiezen.
Het wordt in ieder geval leuk, dat weet ik zeker.
De mug was niet zo slim. Hij had zich de hele zomer niet laten zien en kwam mij nu, vlak voordat de zomertijd was afgelopen, een bezoekje brengen in mijn slaapkamer. Hij zoemde met volle overgave in mijn oor, waar hij door mij steeds werd weggewuifd. Eerst vriendelijk, later steeds agressiever.
De mug had niet bedacht dat ik, nu het kouder werd, mijn lichaamsdelen in mijn slaap niet meer onbedekt liet maar ze angstvallig onder mijn dekbed verborgen hield om mezelf te beschermen tegen de opkomende kou. Het enige stukje sappig vlees dat onbedekt was, was mijn gezicht. En die liet zich ook maar half zien, want ik lag opgerold op mijn buik.
Bzzz. Toen mijn oor enkele malen doelwit was geweest van een luid zoemconcert besloot ik mijzelf en de mug uit ons lijden te verlossen en deed ik het licht aan om het insect met de blote hand dood te slaan.
Mijn slaapkamer is klein, en de muren zijn wit, dus doorgaans heb ik geen enkele moeite met het traceren van een mug of een andersoortige ongewenste indringer van hetzelfde formaat. Nu echter was de mug nergens te bekennen. Nadat mijn ogen volledig gewend waren aan het licht en ik de mug nog niet had kunnen ontwaren, deed ik het licht weer uit en hernam ik mijn slapende postitie. Oh, wat is die warme plek onder de dekens toch behaaglijk.
Zoem. Bzzzz. Hallo, zei de mug. Bzzz. Hier ben ik weer hoor, ik was even weg, maar nu ben ik weer terug, haha.
Ik keek op de roodverlichte cijfers van mijn wekkerradio: 02:34. Rotmug. Daar was ie weer. Het licht ging weer aan.
Ik zag hem zitten op de muur. Met al mijn kracht sloeg ik op hem in. De mug ontsnapte en zoemde tijdens zijn vlucht brutaal in mijn oor. Vervolgens was hij weer spoorloos verdwenen. Ik bleef rechtop zitten, net zolang tot ik de mug weer zag, me vele malen afvragend of de mug niet naar de woonkamer was gevlogen.
Ik won. De mug nestelde zich op het plafond. Ik benaderde hem van achteren. Eén harde klap was genoeg. Hij bleef zitten in de palm van mijn hand. Er kwam geen bloed uit. Het spel met mij en zijn speurtocht naar voedsel waren voor hem tevergeefs geweest.
Ik heb erg veel zin in zaterdagnacht, 03:00 uur. En een uur later, om 3 uur.
'U heeft twee nieuwe berichten'.
De mevrouw van Ben zegt het woord twee zo onsmakelijk dat ik meestal hoop dat ik één of drie berichten heb. Zou
Zantinge zoveel invloed hebben dat hij die mevrouw kan vervangen door een zoetgevooise mannenstem?
Ik baalde gisterenavond als een stekker.
's Avonds had ik een bijeenkomst waar ik erg graag naar toe wilde. Ik had mijn werk er voor afgezegd, kon de hele dag thuiswerken en kon mij ook nog voorbereiden door de stukken te lezen die ik thuisgestuurd had gekregen. Ik werd gedurende de dag alleen heel erg moe, en futloos en verlangde naar een avondje lekker op de bank met een warme maaltijd. Maar! Ik had zo naar de bijeenkomst uitgekeken, dat ik mijzelf vermande, wederom een boterham als avondeten at, mij omkleedde, en mijzelf oppepte.
Het enige wat ik ervoor nog even moest doen, was de T-shirts met de mooie harten droppen bij iemand thuis. Die iemand woont aan de andere kant van de stad, dus ik had veel tijd nodig om er naar toe te fietsen, maar op het moment dat ik weg wilde gaan, nam hij de telefoon niet op. Pas na een kwartier kon ik hem bereiken.
Ik op de fiets in mijn nette kleren, met de stukken voor de bijeenkomst in mijn nette tas, vol goede moed door de harde wind en de regendruppels die nog in de bomen zaten. Het huis waar ik de T-shirts moest droppen, was echt vreselijk ver weg, maar ik vond het redelijk snel. Ik zag op mijn horloge echter dat ik toch echt aan de late kant was, dus toen ik aankwam, had ik geen tijd meer te verliezen. Ik rende naar boven, gooide de tas met T-shirts in de armen van degene die verbaasd in de deuropening stond, rende weer naar beneden, deed mijn fiets van het slot, mijn Mp-3speler in mijn oren, en trapte zo hard als ik kon de straat uit. Ik had nog tien minuten. Voor de rit naar waar ik naar toe moest, zou ik normaal ruim een kwartier rekenen. En ik kende de snelste weg vanaf hier niet.
Mijn bovenbenen spanden zich aan. Ik voelde mijn hoofd rood worden en zweet vormde zich op mijn voorhoofd. Als ik op tijd zou komen, dan zou ik er niet uitzien, bedacht ik me al trappend tegen de wind in, maar dat moest ik maar op de koop toenemen. De brug ging open. Nog vijf minuten. Vier trage schuiten wilden erdoor. Ik zag in de verte een dichte brug en besloot om te fietsen. Mijn slapen deden pijn van de wind en de inspanning. Mijn humeur kelderde alras. Mensen die in de weg liepen, kregen het steeds zwaarder te verduren.
De omweg leidde me door het havengebied met grote open stukken waar de wind nog veel meer vat op me had dan in de stad zelf. Bovendien was er weinig verlichting en een onduidelijk fietspad, waardoor ik voor mijn leven vreesde en beter moest opletten. Een open stuk land brengt de psyche sneller in het negatieve, merkte ik. Er zijn geen punten die je als markering kan nemen zodat je kan zien hoe ver je al bent opgeschoten.
Heel in de verte het kantoor waar ik moest zijn. Harder trappen. Ik had er nu al moeten zijn. Ik haat te laat komen.
Voor de deur, mijn hoofd zo rood als een kreeft, mijn fiets op slot, mijn jas en mijn haren platgestreken. Zeven minuten te laat. De bel waar ik op drukte, hoorde ik binnen overgaan, maar er kwam niemand. Na enkele malen drukken zonder resultaat heb ik mijn fiets gepakt en ben ik teleurgesteld weggereden. Boos op alles. Scheldend. Chagrijnig.
Ik reed via mijn ouderlijk huis terug, alwaar ik zeer hartelijk werd ontvangen door mijn vader, die een biertje voor me inschonk, mijn lievelingspoes die meteen op schoot sprong, en een onverwachte vrije avond in het vooruitzicht.
Ajax verloor met 5-1 in Heerenveen.
Ik was al een hele tijd niet meer in mijn eigen Albert Heijn hier op de hoek geweest. Eigenlijk is dat de beste graadmeter om te zien of ik lang niet thuis ben geweest, of ik het druk heb, of of ik wel gezond eet.
In de Albert Heijn kwam ik een studiegenoot tegen die ook bezig was met haar eerste echte baan, net ziek naar huis was gegaan en een heel Albert Heijn mandje vol probeerde te krijgen met vitaminen en mineralen in de vorm van fruit, bruistabletten, groenten en drop (zij verzekerde mij dat dat heel geschikt was tegen griep). Ze had het druk, vertelde ze, een deadline binnenkort, lange werkdagen, veel stress en kreeg daarvoor maar weinig betaald. Ah, een beetje zoals ik, zei ik al niezend en zo babbelden we verder over het leven na een studie.
Verderop stond een euhm soort van ex van me zijn boodschappen af te rekenen bij de kassa. Ik groette hem, en hij stopte zijn boodschappen zo snel mogelijk in zijn plastic zak alsof hij betrapt was op iets illegaals, voerde een heel kort verplicht gesprekje met me en sjeesde de winkel uit.
De bonusaanbiedingen lonkten naar me vanuit de schappen. Met mijn salaris net gestort vond ik dat ik die theekopjes (6 voor 7.50) heel hard nodig had, en bovendien kocht ik ook twee blauwe exemplaren van de in de Bonus zijnde ovenwanten. En groenten en fruit en deodorant (weer een nieuwe, ik kan geen lekkere vinden) en tandpasta en kip en rijst en Thaise rode curry pasta en vuilniszakken en wasverzachter van Robijn Fleur en Fijn.
Helemaal in mijn sas met al mijn aankopen maakte ik een praatje met de goedlachse kassière die mijn ovenwanten net zo mooi vond als ik zelf. Bovendien kon ik het uit te geven bedrag gepast betalen (en dat was niet mis).
Buiten kwam de daklozenkrantverkoper met uitgestrekte arm naar me toe. Hij had me gemist, zei hij, want ik was al zolang niet meer geweest. Hij dacht dat ik was verhuisd en dat hij me misschien nooit meer zou zien. Ik beloofde hem dat ik binnenkort weer veel zou langskomen.
Mijn buurt is fijn. Als ik me ooit eenzaam ga voelen, ga ik even naar de Albert Heijn.
Merel heeft voor haar werk 11 witte T-shirts nodig met een groot rood hart erop. Zij heeft daarvoor 300 gulden tot haar beschikking. Zij moet de T-shirts morgen (=woensdag) voor 18:00 uur in haar bezit hebben en zij is de gehele dag in Amsterdam.
Waar moet Merel naar toe om zo voordelig, zo snel en zo dichtbij mogelijk klaar te zijn met deze opdracht? En waar haalt Merel een groot rood hart vandaan?
(Merel kon zelf niet echt iets geschikts vinden op image.google.com).
Update 21:45 uur - En zie hier
het resultaat van mijn fijne knip- en plakwerk!
Vanochtend vroeger opgestaan en heel ijverig twee stukjes in Word getypt. Ik moest het 10x uitprinten, en vorige keer was het al mis gegaan, dus ik moest het vandaag echt geprint uitdelen aan degenen die er om hadden gevraagd.
De printer was niet geïnstalleerd en bovendien zat er geen papier in. Niet getreurd, dacht ik, want het hoefde pas 's avonds uitgeprint te zijn en ik zou nog langs verschillende printmogelijkheden komen.
De volgende printmogelijkheid bleek geen mogelijkheid meer. De computer was gestolen en dus was er geen A: drive waar mijn floppy in zou kunnen. Niet erg, want ik had erop gerekend dat er bij deze mogelijkheid iets mis zou kunnen gaan. In de ruimte erna echter, een kantoor waar ik in de vergaderzaal moest zijn, was degene die over de printer ging met lunchpauze toen ik erom vroeg, en hij was nog niet terug toen ik weg moest.
De laatste mogelijkheid. De plek waar ik de A4-tjes uit moest delen. Maar nee. De printer had het toevallig begeven, en morgen zou een nieuwe worden gebracht.
Nu ben ik net thuis. Naast me staat een mooie Hewlett Packard. Ik denk dat ik het zometeen nog even uit ga printen - ook al heeft het nu geen zin meer. Toch leuk om het papier in mijn handen te hebben.
Ik ben altijd erg jaloers op mensen die (zeggen dat zij) niet veel slaap nodig hebben. Ik wil ook niet veel slaap nodig hebben! Ik red het een tijdje op 7 uur per nacht, maar dan moet ik wel een weekend hebben waarin ik tenminste 11 uur achter elkaar kan slapen. Het beste voor mij is 9 uur per nacht, denk ik. Of is dat onzin en heeft iedereen net zoveel slaap nodig, alleen doen sommigen er gewoon wat cooler over dan anderen?
Nu we het toch weer over Tonie hebben (hou zijn slaapmeter in de gaten) - ik was vroeger ook wel een klein beetje jaloers als hij schreef dat hij weer tig verzoeken had gehad van mensen die door hem gelinkt wilden worden, of bij dutch weblogs in de lijst wilden komen te staan. Nou, de laatste tijd krijg ik ook steeds mail van mensen die gelinkt willen worden en ik ben er helemaal niet zo blij mee. Wat moet ik zeggen? De ene is een boel opdringender dan de ander. De toon van de eerste wat zachter dan de tweede. De vraag van de derde wat subtieler dan die van de vierde. Misschien maak ik een gezamenlijk postje voor alle bedelaars, net zoals wel mensen meer plegen te doen. En, nee
Frederic, ik weet dat het niet jouw bedoeling was een linkje te veroveren!. :-)
Tonie's
nieuwe hitlijst is uit. Hij schrijft in begeleidende e-mail:
"Wie de twee beste cd's van 2001 (die van The White Stripes en The
Strokes) nog altijd niet heeft gekocht dan (sic) dat alsnog doen".
Ik heb ze nog steeds niet gekocht. Al weken word ik met dezelfde twee bands om mijn oren geslagen. Ik denk soms stiekem dat het maar één band is, met één CD, omdat ze een soort siamese tweeling lijken te zijn: ze worden altijd in één adem genoemd.
Op Tonie kan je vertrouwen (wat muziek betreft in ieder geval), dus ik zal binnenkort waarschijnlijk een keer in een opwelling één van de twee CD's aanschaffen. Of allebei. Of degene met het leukste hoesje. Even wachten tot mijn salaris is gestort. Tot dan moet ik het doen met mp3-tjes.
Maar, ik wil ook nog Ryan Adams kopen (nee, goed lezen, er staat geen B).
Ja, dat was een fijn weekend. In alle drukte die ik de laatste tijd en de komende drie weken zal ervaren, was het een oase van rust. Heerlijk!
Natuurlijk ging ook de FujiFinePix mee op minibreak en dat leverde wat schone kiekjes op van de Noord Hollandsche kust.
Hier was ik. Aan de ene kant van de dijk/duinpan heb je
dit dorpse uitzicht, en aan de andere kant, slechts een aantal meter verder, zie je
het strand en de zee. In de zee zijn pieren gemaakt (waar ik niet de precieze reden voor snap - ik denk dat zij de zee weerhouden van het snoepen van de duinen?), en
ik kan mijzelf nooit bedwingen dus moet ik altijd even een pier oplopen, mij aan het eind verwonderen over zoveel water, uitwaaien, en dan terugglibberen naar het strand.
Aangezien het redelijk laat was vanmiddag, begon het al wat te schemeren, wat
leuke plaatjes opleverde. Alleen
de zeemeeuwen waren zo dapper om een duik te nemen, ikzelf hield het vanmiddag liever droog.
Zometeen komt een bolide voorrijden waar ik in zal stappen en waar ik uit zal stappen ergens tussen Alkmaar en Den Helder aan de kust van de Noordzee. Wat een weertje. :-)
Na mijn werk vandaag was ik erg moe en vanwege de moeheid (en nog wat andere zaken) chagrijnig. Ik had bovendien last van een groot dilemma: slapen, of naar de borrel en het feestje gaan die ik voor vanavond op het programma had staan.
Geen gemakkelijke keuze. Moe vanwege een 70(!)-urige werkweek, dus verstandiger om meteen het bed in te duiken, maar ontspanning komt, zo beredeneerde ik, ook met een biertje en goed gezelschap. Dus ik besloot wel naar de borrel met ex-collega's te gaan omdat daar iemand zou zijn aan wie ik echt beloofd had om te komen, maar niet naar het feestje, hoewel ik het erg jammer vond.
Degene aan wie ik had beloofd te komen was helaas niet op de borrel. Wel
Ton, weblogcollega, die achter de
bar heel hard aan het werk was. De geur van bier en plezier maakte zich snel van mij meester. En natuurlijk werd het erg gezellig met mijn ex-collega's waardoor het veel later werd dan gepland...
Via een ander
café besloot ik dan toch ook maar naar het feestje te gaan, waar ik eigenlijk heel graag naar toe wilde. Daar was het ook erg gezellig. Een goede DJ die de beste belgen (bijvoorbeeld Soulwax, dEUS, Zita Swoon) en de fijnste britten (bijvoorbeeld Clash, Cure, Supergrass) draaide, een leuke ruimte en nog beter gezelschap misschien dan op voorgaande borrel. Veel gedronken, en super lekker gedanst. Het is nu twee uur geweest - ik ben bekaf, heb knallende koppijn, maar ik ben blij dat ik niet om 19 uur heb besloten dat ik naar bed ging.
Mmm...
Ik loop blijjkbaar altijd rond hetzelfde tijdstip langs hetzelfde rijtje huizen in dezelfde straat in Rotterdam. Het zijn vijf huizen op een rij, met dezelfde structuur, alleen geheel anders ingedeeld. Het valt me elke keer op dat in alle huizen de televisie op precies dezelfde plek zit - namelijk rechtsvoor, met de luie stoel of de bank linksvoor. In de luie stoel zit steeds iemand anders.
In het eerste huis een oude oma met haar been op een bijzetkussen. Zij kijkt altijd even op als ik langsloop. Er komen niet veel mensen langs in dat gedeelte van de straat, en het is net aan het schemeren als ik er langskom, waardoor de mensen binnen in het licht onbewust automatisch extra de aandacht trekken. Het tweede huis herbergt een gezin. Meestal zitten twee kinderen naast elkaar in de brede luie stoel voor de televisie, soms een man, nooit een vrouw. Het derde huis is geblindeerd met gordijnen. Diegene is steeds of niet thuis, of heeft gordijnen die geen enkel licht doorlaten. Het vierde huis is mysterieus: het is ingedeeld alsof er een gezin woont, maar er zit nooit iemand in de stoel, terwijl de televisie altijd aanstaat. Niemand te zien. In het laatste huis wonen twee mensen van middelbare leeftijd. Zij kijken vaak samen naar de televisie.
Dit is allemaal niet zo opzienbarend - een gewone straat in de Rotterdamse Coolhaven met diverse bewoners. Wat wel opvallend is, is dat op alle televisies altijd Lucky Letters te zien is (vandaar dat ik weet dat ik steeds op hetzelfde tijdstip daar loop). Ik loop langs en ik zie vier keer achter elkaar Victor Reinier door de ramen heen hun wereld in kijken. Als ik heel langzaam loop, kan ik het woord aan het einde raden.
Was Wicky de Viking nou een jongetje of een meisje? Ik weet alleen nog dat hij/zij zijn/haar vinger onder zijn/haar neus wreef, vervolgens langs de zijkant van zijn/haar lippen, en dan onder de mond, als hij/zij iets probeerde te bedenken. Verder ben ik akelig veel vergeten van Wicky. Behalve dat het een Viking was.
Vandaag werk ik overdag thuis en hoef ik pas aan het eind van de middag naar Rotjeknor. Thuiswerken is fijn - mijn eigen computer, een ADSL verbinding, geen afleiding van collega's, geen verlies door reistijd in de trein/bus/tram/fiets/metro (ik wil binnenkort met de boot).
Echter. De continue ADSL verbinding verleidt mij steeds tot het bekijken van websites die niet tot mijn werk behoren, het spelen van
nutteloze spelletjes (schuldige is
Low) het ontvangen van MSN/ICQ berichten (inmiddels wijselijk uitgezet) en het schrijven van mail naar mensen die mij mailen.
En toch vraag ik me af of ik aan het eind van de dag niet toch productiever ben geweest dan wanneer ik naar Almere was gegaan.
Ik snap nog steeds niet waarom de
Girotel Online Service van de Postbank tussen 23 uur en 6 uur niet bereikbaar is. Zou het niet juist het voordeel moeten zijn van online bankieren dat het 24 uur per dag kan?
Vandaag heb ik teamdag gehad met mijn werk. Al weken geleden werd de dag aangekondigd en al weken lang zag ik er een beetje tegenop. Ik deed sceptisch en lacherig over de vaagheid van zo'n dag, het nut ervan en de onoverkomelijke therapeutische uitstraling van een dag met elkaar om aan teambuilding te werken.
Maar zoals het altijd blijkt te gaan: de dag die ooit zo lang geleden zo ver vooruit gepland was, was er ineens en dat ineens was ineens vandaag. Geen weg terug, niet ziek te melden en dus kiezen op elkaar, niet zeuren en gewoon laten gebeuren.
De reden waarom ik er tegenop zag, was omdat ik een teamdagleider verwachtte met lang haar, een artistieke broek (ofwel een legging ofwel een lekkere hangbroek), geitenwollen sokken en een blik van: 'zullen we daar anders aan gaan werken samen met z'n allen - geef je over aan mijn stem, dan gaat het allemaal vanzelf'. Ieh.
Uiteindelijk viel het heel erg mee, bleek het erg nuttig te zijn, ontpopte de teamdagleider zich als zeer bekwaam en helemaal niet vaag of irritant en was er maar op één moment een opdracht waarbij iets niet concreets van me werd geëist. We zaten in een kringetje met onze ogen dicht (mensen die het nu al vaag vinden, kunnen meteen afhaken) (dit zijn sowieso eigenlijk dingen die je niet moet navertellen omdat je erbij had moeten zijn, maar ik doe toch een poging) en de teamdagleider leidde ons met zijn stem naar een bos. Je moest bekijken hoe het bos eruit zag, wat jij daar deed, hoe het voelde om daar te zijn, wat voor weer het was, of er anderen waren, enzovoort.
De meest uiteenlopende bossen kwamen er naar voren: paradijselijke bossen, bossen met veel bomen, met afgebrande bomen, met nieuwe aanwas, met struiken, met watervallen, met meren. Nu kwam mijn bos. Mijn bos had allemaal identieke bomen, met extreem hoge stammen en bovenaan pas takken. Ik zag mijzelf van bovenaf, alsof er een camera op mij gericht was vanuit de hemel. Er waren geen andere mensen, geen vogels, geen dieren, en alles was stil. Het straaltje zonlicht dat door de bomen viel, was nauwelijks natuurlijk te noemen. Toen de teamdagleider doorvroeg, merkte ik dat mijn poppetje helemaal niet op mij leek en dat het bos wel erg computergestuurd aanvoelde. En ineens drong het door: ik dacht aan Zelda. Ik was Zelda.
Ik ben zo geïndoctrineerd dat als iemand mij vraagt af te dalen naar mijn innerste innerlijk en een bos voor mij te zien, dat ik dan onbewust aan een Play Station-spel denk. En leg dat maar eens uit als je collega's allemaal minstens 10 jaar ouder zijn dan jij.
Help.
Deze vond ik in mijn referrers (waarom is het altijd zo'n obscure site als Nedstat een foutje maakt?). Vooral de photogallery zo vroeg op ochtend kan zorgen voor onplezierig gevoel in maagstreek.
(Click on images to make larger -lekker freudiaans)
Haha! Ik ben in het bezit van een 2-zone kaart van het openbaar vervoer in Rotterdam (
RET). De buitenkant is van plastic en staat vol met kleurige tekens en handige telefoonnummers. Binnenin zit links mijn stamkaart en rechts staat er heel groot 'maandkaart' en de zone-gebieden waarbinnen ik mij vrijelijk mag bewegen.
Sinds mijn elfde ben ik niet meer in het bezit geweest van een dergelijke kaart. Destijds had ik de kaart omdat ik elke schooldag van huis (Zaandam) naar school (Amsterdam) moest rijden. In de bus, heel vroeg 's ochtends, razend op de busstrook langs de file voor de IJtunnel, en dan met de tram.
Ik ben trots op mijn kaart. De man van wie ik hem kocht, was leuk. En blij om het feit dat er nog iemand trots was op een openbaar vervoerkaart. Het woord stamkaart doet mij denken aan vervlogen tijden, misselijkheid als de bus de bochten wat scherp nam, en het vooruitzicht van in Amsterdam gaan wonen.
Er is alleen één nadeel: in de bus mag je hem altijd laten zien, maar in de tram of metro in Rotterdam word ik helemaal nooit gecontroleerd. :-(
De mevrouw die stond te zwaaien was een jaar of 80. Ze had aan beide oren een gehoorapparaat, een bril met sterke glazen die haar ogen een fractie groter maakten, open schoenen met vleeskleurige pantykousen en een jurk die zo ouwelijk was dat hij gedragen door een jonge vrouw verschrikkelijk hip geweest zou zijn.
Ze zwaaide. Ze zwaaide al een behoorlijke tijd. Ze zwaaide staand, in de stilstaande trein, en ze zwaaide naar buiten, naar het perron. Ze stond binnen mijn persoonlijke ruimte van 46 centimeter en hoe ik ook keek, ik keek in haar oksel. En af en toe, bij het wegdraaien van mijn hoofd, naar het zwaai-object: ook een mevrouw van een jaar of 80, met twee gehoorapparaten, een bril, een regenjas en een tas met één arm dicht aan haar lichaam geklemd. Met de andere arm zwaaide ze. "Me zuster", verklapte de mevrouw aan een denkbeeldige toehoorder (waarschijnlijk ik).
Ze had haar spullen even ervoor op de vierzit naast mij gelegd, maar vanaf daar kon ze haar zuster niet zo goed zien en zodoende was ze toch maar even aan de perronkant gaan staan. Al zwaaiend en lachend naar haar zuster verzuchtte ze dat ze de tram hadden gemist en een taxi hadden moeten nemen. "Ach ja. Het is wat", zei ze enkele malen achter elkaar.
Twee jongens wilden zitten op twee van de vier zitplaatsen die de oude mevrouw door al haar spullen in beslag nam en vroegen aan haar of zij haar spullen wilde opschuiven. Daar had ze wat problemen mee, want haar koffer kon dan zo moeilijk ergens staan. Eén van de jongens bood aan hem tussen de banken in het bagagerek te zetten. "Ha! Nou, daar trap ik mooi niet in, jongen, wat denk je wel" was daarop haar snelle en vijandige antwoord. Wat gegniffel van omzittenden viel haar ten deel. Ze nam plaats tegenover de jongens en hield haar koffer nauwlettend in de gaten (wat voor problemen zorgde aangezien ze tegelijkertijd haar zuster wilde blijven toezwaaien).
Naast haar kwam een vrouw te zitten van een jaar of 70. Toen de trein wegreed en de zuster langzaam uit beeld verdwenen was ("al in geen jaren meer gezien, me zuster. Ze was toevallig jarig en nou kwam het er eindelijk weer eens van") kon ze eindelijk haar arm laten rusten en zich volledig richten op een praatje met haar buurvrouw. Het gesprek kwam al gauw op de jeugd van tegenwoordig en hoe slecht het daarmee gesteld was. Vanwege de gehoorapparaten werd er nogal luid gesproken en kon de hele coupé (gemiddelde leeftijd 27) meegenieten van het gesprek. Sommigen vonden het duidelijk interessanter dan hun krant en al gauw werd het gesprek tussen de twee vrouwen een boeiende dialoog met een groot publiek. Men keek elkaar bij grappige opmerkingen lachend aan ("ja, want me broer was toevallig ook jarig, dus sloeg ik twee vliegen in één klap. Nee me broer heb ik niet meer gezien, dat lukte niet met ons drukke program, ja ja ja").
De trein raakte zo vol dat ik haar niet meer kon zien en alleen nog kon horen. Inmiddels weet ik waar ze is geboren, hoeveel broers en zusters ze heb, waarom ze destijds uit Amsterdam is vertrokken, waarom het oorlog is in de wereld en dat eigenlijk alles slecht is. Op een gegeven moment was het stil. En toen hoorden wij haar snurken.
"Ach ja. Het is wat, he", zei ze toen ze wakker werd nog maar een paar keer, tegen willekeurig publiek.
Voor iedereen die met vragen zit over Catan na mijn postje over de cijfertjes, zie:
http://catan.pagina.nl, of
www.kolonisten.nl (ook online Catan bijvoorbeeld
hier). Ik heb er al eerder over gelogd hoor, en ook collega-webloggers (zoals
Webgemms en
Cockie) het zien doen. :-)
Gewapend met goed gezelschap, een medium bak popcorn en een Grolsch beugel (het door de bioscoop zogenaamde Grolsch combo) zat ik in één van de riante fauteuils van Pathé de Munt te wachten totdat de film zou beginnen. De voorfilmpjes en reclames (waarbij ik er toch altijd van opkijk dat een gedeelte van de zaal al heel oude reclames blijkbaar nog niet kent - aan het gegniffel af te leiden) waren snel voorbij en daar kwam het Dreamworks logo al op het grote witte doek om ons in te leiden in de wereld van Artificiële Intelligentie.
Wat een zut film! Het was dat wij onze popcorn (voor ons beiden de eerste keer dat wij onszelf geheel vrijwillig op popcorn hadden getrakteerd) en ons flesje koud bier hadden, maar waar wij stoere science fiction met gave robots en heftige beelden hadden verwacht, kwamen wij bedrogen uit met een zoetsappige queeste van een irritant jochie (robot) naar een menselijke identiteit en daaruit voortvloeiende moederliefde, waarbij de makers steeds uit het oog verloren leken te zijn welk doel ze nou echt voor ogen hadden gehad bij het vervaardigen van deze dure productie.
Het kaartje voor een riante fauteuil (rood pluche, genoeg beenruimte, een fijne armleuning, en houders voor bekers - dat wel) kost op zondag maar liefst 18,75. Voor die prijs zetten ze beneden iemand neer om de kaartjes te scheuren, maar niemand bij de afzonderlijke zalen zelf. Toen wij enigszins gedesillusioneerd over zoveel weggegooid geld de zaal na afloop van de film verlieten en zagen dat er na tien minuten een andere film begon in de zaal ernaast, was de keuze snel gemaakt en namen wij - voorzien van nog een Grolsch combo - plaats in de fauteuils van die ruimte. Het avondje vroeg naar bed moest voor de zoveelste keer maar weer eens worden uitgesteld.
De Grot. Een Nederlandse film gebaseerd op het gelijknamige boek van Tim Krabbé. Een interessant en mooi uiteengezet verhaal dat na het prestigieuze A.I. een weldaad was voor de zintuigen en de organische intelligentie. Het was wel een beetje veel, twee films zo achter elkaar, zonder avondeten en alleen maar popcorn, maar het was de moeite zeker waard. Naar om te zien hoe weinig mensen er in deze zaal zaten en hoe vol A.I. zat.
Op weg naar de uitgang liepen we toevallig langs de zaal waar Swordfish draaide. Aanvang 22:10, tijdstip van ontdekken 22:20. We keken elkaar even aan. Jaha! Leuk!
En zo komt het dat ik nu gehersenspoeld ben door robots, door drugsdealers, door terroristen (tijdens zowel A.I. als Swordfish vaak aan de aanslagen moeten denken), door computers, door dolby surround systems, door Fins, Amerikaans, Engels, Iers, Nederlands, Frans en Duits. Toen ik de bioscoop uitkwam, had ik echt moeite met acclimatiseren, terug naar het hier en nu, het echte leven en mijn stalen ros.
Hmm... het was een héle fijne avond. En nu naar bed! :-)
Wat is er beter dan op zondagavond (deze week zondag vrij!) om 18:00 uur naar
Artificial Intelligence te gaan met in plaats van avondeten een hele grote bak popcorn om na de film lekker te gaan slapen?
Oh, ik moet weg.
Dat is grappig: ik heb al wel 1000x Catan gespeeld in mijn leven en nooit beseft dat de cijfertjes op het bord kleiner worden (minder dik) naarmate de kans kleiner is dat het cijfer gegooid zal worden. Ik had heus wel gezien dat de cijfertjes minder vet gedrukt waren, maar nooit de link gelegd naar statistische gegevens. Iemand anders wel, die het vanmiddag voor het eerst speelde. En won.
Grumbl (met u).
Ik wil het liefst zo weinig mogelijk in mijn systemtray hebben. De klok loopt overigens altijd achter hoe vaak ik hem ook weer gelijk zet. Dit resulteert in grote paniekaanvallen als ik op mijn horloge kijk.
Tot mijn dertiende deed ik zeer fanatiek aan atletiek. Daar het fanatisme veroorzaakt werd door of beloond werd met vele medailles en ik atletiekte bij een bekende club, mocht ik nogal eens naar het buitenland om daar mijn kunsten te bewijzen. In den vreemde was de estafette een vast onderdeel op het programma. Ik stond meestal op de derde plek - een vrij nietszeggende: je mag niet starten en je mag ook niet afsluiten, je bent er vooral om te zorgen dat er geen achterstand wordt opgedaan in het winnen van de trofee. Aangezien we iemand hadden die de 60 meter in 6,5 seconden aflegde, was het meestal geen probleem om die opdracht te voltooien.
Nu, vele jaren en vele minder sportieve acties later, ben ik weer verstrikt in een estafette, en weer op een vrij nietszeggende doch wel plezierige plek. Ik kreeg het stokje van
Puck die ik laatst na vele weken MSNnen ineens live aan de telefoon had voor mijn verjaardag :-)
In deze 'wat heb jij open staan' - estafette gingen mij voor:
Tonie ->
Escape ->
Kutjebef ->
Joost ->
Zidouta ->
Ralph ->
Cioran ->
Hinke ->
Wim ->
Cockie ->
Niels ->
Els ->
Wilco ->
Ludo ->
Hans ->
Low ->
Elrado ->
Ellen ->
Milo ->
Remco ->
Rik ->
Hubert ->
Lekkerbelangrijk ->
BB3 ->
Demmer ->
L-rs en nu dus
Puck.
Ik heb openstaan:
* Outlook 6 (vanmiddag gedownload, in het Nederlands omdat ik niet oplette);
* Internet Explorer 6 (vanmiddag gedownload): Puck, Uren Dagen Nachten, Nonharmful, L-rs;
* Microsoft Word Document1;
* Verkenner, KaZaA: My Shared Folder;
* WinAmp (kreeg net van lieve vriend Lucinda Williams - I still long for your kiss);
* Macromedia Fireworks 4;
* ACDSee v 3.1.
* MSN (Puck, Theo, Martijn)
En dat ziet er dan ongeveer
zo uit (voor Tonie meteen ook mijn systemtray).
Dan rest nu alleen de vraag aan wie ik het stokje ga geven. Ik heb hier natuurlijk al over nagedacht zoals een Oscarwinnaar haar speech reeds jarenlang geleden als klein meisje voor de spiegel heeft voorbereid.
De keuze moest gemaakt worden tussen de twee loggers die ik nooit IRL ontmoet heb, nauwelijks contact mee heb gehad, maar wel erg nieuwsgierig naar ben geworden: Joeri van
Uren.Dagen.Nachten en Roel van
Nonharmful. Aangezien ik weet dat Puck een beetje een zwak heeft gekregen voor mystery man Roel en aangezien ik hem bij
Zantinge ook erg goed vind loggen in het Nederlands, gaat het stokje naar Roel. Maar eigenlijk vooral omdat UDN in zijn A-list staat dus hij misschien zelf het stokje door zal geven aan...
Van achteren was ze een mooie, slanke vrouw met een bos lang blond haar. Op haar hoge hakken en gehuld in een getailleerde lange jas waaronder haar lange benen uitstaken, kon zij doorgaan voor een fotomodel.
Toen zij zich omdraaide, zag ik haar ingevallen gezicht zonder tanden, met zweetdruppels op haar voorhoofd en een tik aan haar ogen, waarbij haar linkermondhoek omhoog getrokken werd. Ze krabte nerveus haar wangen open, en keek me af en toe vijandig aan. Ik kon niet wegkijken - en kreeg de voorspelbare opmerking of er iets te zien viel ofzo. In de weerspiegeling van het raam kon ik haar ook gadeslaan, zag ik toen. Ik voelde diepe treurnis bij haar aanblik, en tegelijk een fascinatie voor zoveel wat niet klopte. Mensen die haar zagen, weken uit. Ze ging zitten en bleef alleen, ook al was er verder geen plek.
Na een tijdje liep ze weer weg, scheldend op de wereld, haar jas tot aan haar kin dichtgesnoerd. Van achteren zag ze eruit als een mooie dame, doelbewust en ambitieus.
De boemeltrein van Utrecht CS naar Leiden CS boemelt in een heel aangenaam ritme.
Deze trein is altijd druk, want heel kort en enkeldekkig. In tegenstelling tot voorgaande keren kon ik zitten, en zittend knie tegen knie van een chagrijnig kijkende jongen tegenover me bleek de trein nog aangenamer te boemelen.
Zo aangenaam, dat de letters van Martin Bril even niet meer stil leken te staan, mijn oogleden zwaar werden en mijn hoofd automatisch zachtjes tegen het raampje leunde. Ik voelde mijn spieren verslappen, ik hoorde slechts nog flarden van gesprekken en langzaam viel ik in een diepe slaap...
Iemand prikte in mijn bovenarm. "Mevrouw, mevrouw!" sprak iemand mij geduldig doch dwingend toe. De conductrice keek me vriendelijk aan, de coupé lachte en iemand zei: "maar ze lag zo lief te slapen!". Met het schaamrood op mijn kaken overhandigde ik het kaartje, keek naar de vriendelijk glimlachende mevrouw die de plaats van de chagrijnig kijkende jongen in mijn afwezigheid had overgenomen, en probeerde nonchalant verder te lezen in de krant.
Toen ik weer wakker werd, waren we al in Leiden. De trein was nagenoeg leeg - enkele mensen met beschreven rugzakken stonden nog in de rij om naar buiten te gaan. Ik haastte me naar de uitgang, mijn ogen dik van slaap, mijn nek stijf van de langdurige onnatuurlijke houding, en het beetje kwijl uit mijn mondhoek wegvegend.
'Het Amerikaanse leger vraagt Hollywood om advies. Er is een comité samengesteld van regisseurs die het Pentagon adviseren over terrorismescenario´s. Het Pentagon hoopt met de creativiteit van de filmmakers grip te krijgen op de mogelijke tactieken die terroristen kunnen toepassen.
In het comité zitten onder andere Fight Club-regisseur David Fincher en Steven E. de Souza (Die Hard).'
Gekke mensen.
Allemaal leuk en aardig dat
Chez Lubacov redelijk van RSI hersteld is en weer vrolijk logt, maar nu staat hij weer steeds boven mij in de
nationale online popquiz (wij spelen via Doornroosje). Het is mij alleen de allereerste keer gelukt om boven hem te eindigen. Steeds dat ene puntje meer... grrr..
Ik leef de afgelopen weken steeds meer op lijstjes.
Ik maak lijstjes van wat ik voor mijn werk de volgende dag allemaal moet doen. Zonder de lijstjes vergeet ik de helft, ben ik bang, en vooralsnog gaat het redelijk goed. De lijstjes worden alleen elke dag langer, en het genot van het doorstrepen van de gedane zaken wordt steeds groter.
Maar nu mijn werkdagen steeds langer worden, moet ik ook privézaken op lijstjes gaan zetten zodat ik die niet vergeet. Voor vandaag staan op de lijst: haar wassen, benen scheren, was draaien, afwas doen, Kathalijne bellen, tandartskosten declareren, acceptgiro's de deur uit, studiefinancieringprobleem oplossen.
Het gaat geenszins lukken.
Ik hoop niet dat ik over een week lijstjes moet gaan maken met opstaan, aankleden, tandenpoetsen.

En nu?
;-)
Dag huis!
Wat leuk om je weer eens te zien. Het komt nog maar zelden voor, ik weet het, en ik ben blij dat de diverse sloten ervoor zorgen dat je niet door vreemden wordt belaagd. Over een tijdje ben ik er weer vaker, vrees niet. Even de kiezen op elkaar.
Vandaag ben ik geweest in Leiden, Leiden Lammenschans, Bodegraven, Woerden, Vleuten, Utrecht Centraal, Duivendrecht, Diemen Zuid, Weesp, Almere Muziekwijk, Almere Centrum, Almere Muziekwijk (2), Weesp (2), Naarden-Bussum, Hilversum Noord, Hilversum Sportpark, Utrecht Overvecht, Utrecht Centraal (2), Rotterdam Alexander, Rotterdam Centraal, Schiedam, Delft, Den Haag HS, Leiden (2), Heemstede-Aerdenhout, Haarlem, Amsterdam Sloterdijk, Amsterdam Centraal.
Het was me het reisje wel.
Op het traject van Rotterdam naar Amsterdam had ik dezelfde geweldige Alex van Warmerdam look-a-like conducteur als gisteren. Dat is eng, dat conducteurs je beginnen te herkennen.
*gaap*
Het is grappig dat bijna iedereen die ik ken zijn of haar wekker bewust een paar minuten voor heeft staan. Wie hou je dan eigenlijk voor de gek?
Wel erg lekker, om elke keer weer verbaasd te zijn dat je nog een paar minuten extra hebt :-)
Veel gedroomd over oorlog. Terugkerend beeld van laag overvliegende gevechtsvliegtuigen als ware het zwaluwen op weg naar de zon. Schuilen voor neervallende explosieven, dekking zoeken achter tanks, klapperende ramen en in grote gangen ondergronds. Met vrieden en geliefden, en af en toe alleen.
Terugkerend in mijn dromen vannacht ook olijven. De geur van knoflookolijven is sinds mijn feestje sterk aanwezig in mijn huis. Dingen werken onderbewust door.
Lastig. Het druist geheel in tegen mijn principes om kruisraketten af te vuren op welk doel dan ook. Maar niets terugdoen is de ander zijn zin geven, en indien proportioneel (vaak gehoord) zijn de aanvallen op die manier ineens wel goed te praten, blabla.
Ik weet al niet wat verstandig is om te doen als je als kleuter in de zandbak in elkaar wordt geslagen door een kleutergenoot. Terugslaan? Je verweren maar niets met geweld oplossen? Praten terwijl je die eigenschap nog maar net hebt ontwikkeld?
Ze zouden onderzoek moeten doen naar wat in dat geval het beste resultaat oplevert en dat dan op macroniveau gaan toepassen.
Toen het plein van het Centraal Station in Amsterdam gerenoveerd zou worden, besloot een handjevol ambtenaren dat alle fietsen die het stationsplein zo een rommelig uiterlijk gaven verwijderd moesten worden. Om de boze burgers die vreesden dat zij hun tweewielers nergens meer zouden kunnen neerzetten in de buurt van hun vertrekpunt tegemoet te komen liet het handjevol ambtenaren een heuse fietsflat bouwen: een soort gratis parkeergarage met verschillende verdiepingen waar de fietsen enigszins bewaakt gestald konden worden.
Het plan veroorzaakte meteen tumult en opstand onder het volk. De fietsenstalling was veel te ver weg van het station zelf en veel te klein: door de duizenden fietsen die per dag gestald zouden willen worden, zou er geen ruimte genoeg zijn om plaats te bieden aan elk vehikel. En als er dan wel plaats zou zijn, zou je met de fiets aan de hand helemaal tot bovenin de fietsflat moeten lopen tot je een plaatsje zou kunnen vinden. Reken uit uw verlies: tenminste tien minuten eerder zou de burger richting CS moeten gaan om de fiets te kunnen stallen en de trein nog te kunnen halen (ervan uitgaande dat deze op tijd zou vetrekken).
En toch kwam de fietsflat er, zoals het een bureaucratie betaamt. Hij is er al een hele tijd en ik vind hem geweldig. Er is best beneden plaats als je goed zoekt, en de honderd meter extra lopen naar perron 1 maken me niet zo veel uit. Bovendien vind ik het helemaal geen lelijk gebouw (zie
foto). Enige probleem is de vertraging die ik oploop als ik terug naar huis wil: ik heb al verscheidene keren verdwaasd tussen alle fietsen gestaan op zoek naar waar ik hem ook alweer had neergezet die ochtend...
Verstandig geweest en met mate gedronken. Nauwelijks iets gegeten van hetgeen we gemaakt hadden. Mensen op tijd weer naar huis gestuurd. Erg genoten, me eigenlijk niet ziek gevoeld op een paar hoestbuien na.
Bijna 12 uur geslapen.
Nu wacht een huis vol etensresten, lege bierflesjes, halfvolle wijnglazen, uitgedrukte peuken (voornamelijk in asbakken, ik heb fijne vrienden), één glas Coca Cola met fruitvliegjes, één wijnvlek op mijn trap (makkelijk met een vochtig doekje op te nemen), Japanse zoutjes, hele mooie kadootjes plus losslingerend inpakpapier, soppige toostjes en nog wat onidentificeerbare objecten.
Feit is wel dat ik een paar mensen had uitgenodigd vanavond om te komen eten en drinken voor mijn verjaardag. De paar dingen die gisteren in mijn maag terecht zijn gekomen (soepje en droog brood) zitten er nog steeds en behalve wat gerommel voel ik me niet meer zo misselijk. Nu nog proberen af te komen van die verschrikkelijke hoest die mijn in- en uitademen zo vreselijk belemmert. En van dat wattenhoofd.
Gisteren nog getwijfeld of ik het door zou laten gaan of niet, maar ik heb er toch te veel zin in om het te laten schieten. Als ik me niet lekker genoeg voel, dan stuur ik iedereen wel weer weg. En gelukkig heb ik twee vriendinnen die me zo komen helpen met voorbereiden, boodschappen doen en koken. Ben benieuwd hoe ik me morgen voel...
Toen ik gisteren na mijn verjaardagsetentje naar huis ging, besloot mijn lichaam het grote gevecht tegen de nu al weken ronddwalende virussen en bacillen op te geven en zichzelf ziek te verklaren. Dit resulteerde in het omkeren van de maag in de WC-pot, een knallende koppijn, rillingen over het gehele lichaam, een pijnlijke longpartij van het hoesten en geen adem kunnen krijgen dus de slaap niet kunnen vatten.
Het moest er eens van komen en nu het er is, is het ook raak.
De laatste keer dat het mooi weer was op mijn verjaardag zal geweest zijn toen ik nog in de wieg lag midden jaren '70. Het regent *niet*! Is het wel 3 oktober?
Yeah ook ik ben wel eens jarig! Jippie ja jee!
Mijn hele leven heb ik geroepen dat ik jarig ben op Leidens Ontzet en nu ben ik er voor het eerst eens bijgeweest - dubbel feest dus. Het was veel schuifelend voortbewegen, mensenmassa's, harde muziek en veel drank (kortom net Koninginnenacht in Amsterdam), en erg gezellig.
Nu eerst even slapen. :-)
Het openbaar vervoer drijft me noten.
Gisteren eerst de bus gemist - dus half uur lopen. Half uur lopen is voor mij veel, ik ben een fiets gewend en vind dat het nooit snel genoeg gaat. Op CS bleken er geen treinen te rijden tussen Amsterdam en Rotterdam vanwege een onduidelijke reden. Gelukkig was het euvel redelijk snel verholpen en zat ik even later in een overvolle trein (een half uur te laat). Aangekomen in Rotterdam eerst met de ene metro en toen met de andere metro. Stuk lopen.
Hierna in de tram. Tram kwam niet vanwege een stroomstoring, dus teruggelopen naar de metro toen we er eindelijk achter waren dat hij niet zou komen. Twee metro's. De metro in Rotterdam komt altijd snel en is een stuk aangenamer dan die in Amsterdam. Geen klachten.
Op terugweg een stuk met de tram, maar die reed nog steeds niet vanwege de stroomstoring, dus eerst weer lopen en toen met de bus. Op CS net de trein gemist, dus kwartier wachten. Eerstvolgende trein zat propvol (het was 21 uur.. wat willen al die mensen op dat tijdstip in een trein?), maar ik kon nog net zitten. Daarna net de aansluiting met de bus die maar eens in het half uur komt gemist dus taxi genomen. Die zette mij op de plaats van bestemming af.
Ik moet nu weg, de bus halen.
Anderhalf jaar geleden was ik op vakantie in Schotland. We waren via een onzichtbaar Loch Ness (regen en regen) aangekomen in een lieflijke Bed and Breakfast in Inverness. Er werd een belangrijke Nederlandse voetbalwedstrijd gespeeld (van Ajax of van Feyenoord, op Europees niveau. Ik ben erg slecht in het onthouden van dergelijke bijzaken. Misschien was het wel het Nederlands elftal), en wij wilden die wedstrijd zien, dus begaven wij ons richting de Ierse pubs die het centrum van elk Schots stadje rijk is.
Nergens voetbal te zien. Het zou zelfs kunnen zijn dat er rugby werd uitgezonden op de grote schermen, maar in ieder geval had de pub geen schotel en kregen we alleen lokale dingen te zien. De charmante barvrouw met zangerig accent verzekerde ons dat dat in de andere pubs ook het geval zou zijn.
Met een pint in onze hand besloten wij bij het gebrek aan passieve sport zelf dan maar actief bezig te gaan. Wij vroegen de dartpijltjes en liepen naar de hoek waar twee dartborden opgehangen waren. Ik had nog nooit gedart. Misschien wel een keer een pijl richting roos proberen te gooien, maar nog nooit getracht om enige logica in mijn spel te brengen, en zeker niet om te winnen.
Ik was erg slecht. Zo slecht zelfs, dat mijn partner er moedeloos van werd en zei dat ik beter mijn best moest doen. Hoe ik ook probeerde, het lukte niet. Wilde ik de 20 raken, raakte ik zonder problemen de 3.
Eergisteren heb ik voor het eerst sindsdien weer geprobeerd wat pijltjes binnen het rondje te werpen. Behalve veel spierpijn in mijn rechterarm heeft die poging niets opgeleverd. Ik ga zo nog eens proberen. Het dartbord hier in de hoek heeft een grote aantrekkingskracht op me.
|
|