Bijlmer Balkonvergezicht.
Bewoners 'lenen' winkelwagens uit Ikea om ze vervolgens op hun balkon te
stallen en ze te gebruiken om grote voorwerpen te verslepen.
Op de karren staat: 'Ik ben van Ikea'.
Kon ik vroeger vol spanning wachten op releasedata van CD's van mijn
favoriete bands, tegenwoordig weet ik vaak later dan anderen wanneer
een nieuwe plaat is verschenen en hoor ik een dag na het concert dat de
band er was. Ik ben een gemakzuchtige muziekconsument geworden die
eerst eens iets downloadt voordat ie overgaat tot kopen, eerder omdat
de weg naar de muziekzaak verder is dan de weg naar mijn PC. Wat erg!!
Ik twijfel even of ik de voorlaatste zin zal weghalen, maar nee, toch
maar niet, misschien laat deze zin me zo schuldig voelen dat ik in
ieder geval nog enigszins word beboet voor zoveel stupiditeit.
Uitzondering maak ik trouwens altijd voor bands uit Nederland en
alternatieve bandjes uit niet UK of VS. Soort van afkoping denk ik.
In ieder geval!
Daar wilde ik het niet over hebben.
Ik wilde het namelijk hebben over
Madrugada.
Bijna twee jaar geleden (wat is er veel gebeurd in die tijd!) zag ik
Madrugada voor het eerst in Paradiso. En voor het laatst, want hoewel
hun thuisland Noorwegen best dichtbij is en je zo ongeveer over ons
land heen moet wil je ook maar ergens anders in Europa komen, is
Madrugada sindsdien niet meer langsgekomen. Het concert in Paradiso was
om meer redenen een indrukwekkende gebeurtenis. Ik herinner me goed dat
ik door alles bij elkaar in tranen uitbarstte toen Sivert H?yem Vocal
inzette. Bizar.
Eindelijk komt Madrugada met een opvolger van hun vorige CD!
Via
Alex kreeg ik een
link waaruit (als mijn Noors goed genoeg is) blijkt dat de nieuwe CD geweldig is. De
link naar het bijbehorende releaseconcert (grappig taaltje, dat Noors, hoe anders dan geschreven) is al helemaal fijn.
De CD komt de 28e uit in Noorwegen, de 21ste in de rest van Europa.
Fijn!
Daar ga ik me dan nu intens en ouderwets op zitten verheugen.
Foto's maken op het strand is leuk. Het wolkendek verandert per minuut
en elk plaatje is mooi. Daar hoef je geen fotograaf voor te zijn, ha!
Bovendien is het erg leuk om het verschil te zien tussen de weersomstandigheden op de heenweg en op de terugweg.
De volgende foto's zijn allebei op precies hetzelfde moment gemaakt (okee, er zat twee seconden tussen).
De donkere foto is het strand richting het zuiden. De zonnige foto is het strand richting Den Helder.
Wonder boven wonder hielden het droog zolang we buiten waren.
De foto uit het vorige stukje, waarvan sommigen van u dachten dat het
Corsica, Frankrijk of Portugal kon zijn, is hier vlakbij gemaakt.
Schoorl. Gewoon onze Noordzee op een regenachtige zaterdag met een
enkele opklaring.
Vier jaar werkte ik hier. Op de kop af. In het gangenstelsel van een voormalig ziekenhuis.
Gisteren zette ik voor de laatste keer mijn fiets neer in de zwaar bevochten fietsenrekken.
Ik verbaasde mij voor de laatste keer over de communicatieve competenties van
de dames bij de receptie. Dit keer konden ze niet onder mij uit en groette een van hen me met een zuur hallo.
De lift.
Hoewel ik alleen maar naar de tweede verdieping hoef, is het aantrekkelijk om de lift te nemen.
Niet uit luiheidsoverweging, maar uit drang tot avontuur.
Vier jaar lang gebeurde er altijd wel iets in de lift. Gesprekken die
ik kon afluisteren waarna ik de rest zelf verzon, dames die in de
spiegel hun uiterlijk snel nog even probeerden te fatsoeneren, de
indrukwekkende jongen met wie ik twee keer in de lift mocht staan maar
tegen wie ik niets durfde te zeggen en die ik vervolgens nooit meer
zag, het laden en lossen van artikelen van andere bedrijfjes waarvan ik
niet snapte waarvoor ze zouden dienen, het gekke bekken trekken in de
spiegel als ik alleen in de lift stond, de korte knikjes van
medelifters die duidelijk geen zin hadden om te praten.
Gisteren, op mijn laatste dag, stond ik in de lift met de fluitist.
De fluitist zit net iets verder op dezelfde gang waar ook mijn voormalige werk zit.
Uit zijn kantoortje komen mysterieuze klanken van diverse
fluitinstrumenten. Soms komen er mensen op bezoek die sip kijken als ze
naar binnengaan en blij kijken als ze naar buiten gaan. Ik denk dat het
een hypnotiserende fluitdokter is met onvermoede kwaliteiten. Hij
spreekt Nederlands met een Engels accent. Misschien Afrikaans.
Hij stond al in de lift toen ik aan kwam lopen en mijn voet nog juist
tussen de deur wist te zetten. Ik zou een goede Jehova's Getuige zijn.
Hij had al op het knopje met het cijfer 2 gedrukt.
Ik groette hem, hij groette mij.
Na vier jaar verwachtte ik dat hij wel zou weten wie ik was, maar hij
vroeg welk nummertje hij voor mij moest indrukken op het liftpaneeltje.
'Nou zeg!', zei ik, 'ik werk hier al vier jaar hoor! Op de kop af!'
Oh, maar waar dan, zag ik de vriendelijke man denken.
'Drie deuren naast uw fluitkantoor!', zei ik verontwaardigd.
De man glimlachte en verontschuldigde zich. Bij die posters van een
vliegtuigmaatschappij, zei hij. Nee, zei ik, daarnaast. Sorry, zei hij
nogmaals.
Ik zei dat het niet erg was omdat ik hem toch helemaal n??it meer zou zien.
Gevoel voor drama heb ik wel.
Voor de laatste maal deed ik de deur van ons kantoor open. Daar trof ik
uitgelaten mensen aan die mij verboden om in de keuken te komen, die
zeiden hemel waarom ben je zo vroeg we zijn nog niet klaar, waarna ik
uren lang zo in de watten werd gelegd dat ik er vandaag een hevige
spierpijn, twee geschaafde knie?n en vermoedelijk een gekneusde rib aan
over heb gehouden.
Ha! Wat er allemaal gebeurde, laat ik aan uw fantasie over.
Het was in ieder geval geweldig.
Afscheid nemen is het ergste wat er is, maar als het zo kan, dan is het nog leuk ook!
Met dank aan al mijn lieve collega's.
Ik had iets meer dan een half uur om mij van hier naar daar te verplaatsen en te eten bovendien.
Ik keek de hoofdstraat in. Links van mij falafel. New York Pizza. Burger King. Vlaams patathuis. Grill-restaurant.
Rechts van mij McDonald's, FEBO, AH to Go, Keurslager.
Falafel was het enige wat me aanstond maar de zaak stond vol met mensen.
Een paar seconden later vond ik mezelf terug in de Keurslager.
Ik keek naar heel veel verschillende kant-en-klaar maaltijden.
Aan het einde van de rij stond een bak met erwtensoep.
Dat leek me snel en makkelijk en vullend.
'Kunnen jullie dat ook voor mij warmmaken?', vroeg ik aan de twee
meisjes achter de toonbank. Ze moesten, om mij antwoord te kunnen
geven, hun gesprek over ene Jeremy afbreken en vonden dat duidelijk
vervelend.
Het ene meisje keek mij een beetje argwanend aan.
'Ja, dat kan wel', zei ze, 'maar het is niet gebruikelijk'.
Toen was het stil. Ik twijfelde of ik nog iets zou zeggen, iets in de trant van 'euhm, maar doe nu dus maar wel'.
Zij twijfelde ook. Ze keek naar de erwtensoep en ze keek naar de magnetron achter haar. Dus ik wachtte even af.
Het duurde langer dan gewenst dus ik deed mijn mond open.
Daarop zei ze: 'Ok?, het kan, maar alleen een halve liter'.
Oh.
'Het gaat alleen maar in porties van halve liters', verklaarde ze. Het
andere meisje knikte op het teken van de ene ter bevestiging.
'Doe me dan maar een halve liter', zei ik.
De meisjes zuchtten gelijktijdig.
Ha. Net goed.
De erwtensoep werd in een hoge halve liter bak gedaan en in de magnetron gezet.
Ik bekeek de posters met lachende slagers erop achter hen.
Je kon ook waardebonnen sparen.
In de hoek van de winkel stond een receptie-achtig tafeltje. Daar zou
ik zo mijn erwtensoep op gaan eten. Op het tafeltje lag het magazine
voor keurslagers. Dat zou ik zo gaan lezen.
De laatste minuut van de digitale magnetroncijfers probeerde ik mijn adem in te halen.
Tevreden over mijn prestatie riep ik bij het horen van de piepjes vrolijk 'Klaar!' door de winkel.
De meisjes keken naar mij. Hier zouden ze het zometeen nog over hebben.
Het ene meisje haalde de bak erwtensoep uit de magnetron.
Ze pakte een pollepel en roerde door de erwtensoep. Ik stond met mijn
handen klaar om het aan te pakken. Zij trok haar wenkbrauwen op en
zette de bak weer terug in de magnetron.
'Je moet even roeren halverwege', zei ze tegen mij. 'Het duurt heel lang voor een halve liter helemaal warm is'.
Prut. Ik keek op mijn horloge. De tijd ging snel in deze slager.
Ik telde de tegeltjes tussen de posters met de lachende slagers in.
Sommige tegeltjes waren half en ik moest een systeem bedenken om ook
die mee te kunnen tellen.
Dit keer hield ik mijn adem in vanaf 1 minuut 15.
Dat was nog knap lastig en ik was blij toen ik de piepjes hoorde.
Het meisje pakte twee ovenwanten, haalde de bak erwtensoep uit de
magnetron en zette de bak op de toonbank. Ze deed er een witte, plastic
lepel in.
'Dank je wel, hoor', zei ik, 'lekker erwtensoep', sprak ik om er zelf
in te geloven, terwijl ik de bak aanpakte. De bak was warm, ik brandde
bijna mijn vingers.
Het tafeltje in de hoek was best ver weg.
De erwtensoep kwam tot de rand van de bak en ik was bang dat het erover
heen zou gaan. Elke keer dat de erwtensoep de rand raakte, brandde het
aan mijn vingers.
In het magazine voor keurslagers stonden vooral recepten. En een
interview met Lonny. Terwijl ik de loeihete erwtensoep zo snel mogelijk
probeerde te eten, las ik over gehaktballen en runderlapjes.
Traditionele recepten met een eigen twist. Ananas op kipfilet.
Marokkaanse lamsschotel.
De meisjes zaten in de vensterbank samen naar mij te kijken.
De erwtensoep was dik en ik kreeg het zonder water moeilijk weg. Maar de tijd drong.
Elke hap van de erwtensoep begon me tegen te staan. Maar ik zou niet opgeven.
Ze kregen me er niet onder.
Ik had die erwtensoep zelf gewild, dit was mijn plan geweest, dus ik zou doorzetten, niet zwichten.
De erwtensoep had weinig variatie in kleur. Ik roerde er al kauwend met
mijn witte lepel doorheen. Ik prikte de stukjes worst uit de groene
massa. Er zaten nog hele erwten in.
Het slikken ging steeds moeilijker. Ik had het magazine uit. Ik telde
de tegels op de vloer tot de deur. Ik keek naar de meisjes met een
glimlach om mijn mond, nog net niet zwaaiend langs mijn oor om te
vertellen hoe lekker ik het wel niet vond. Mmm, heerlijk, erwtensoep.
Lekker! Mmmm!!!!
Na driekwart bak kon ik niet verder.
Ik wachtte even tot de meisjes niet keken en gooide de bak in de vuilnisemmer.
Met een servetje veegde ik mijn mond af en wierp die er achteloos achteraan.
'Zo', zei ik tegen de meisjes. 'Dat was lekker hoor'.
'Heel heel lekker'.
Ik liep de winkel uit.
Ik bukte, om het slot van mijn fiets open te maken.
Spijt.
Men koke de worst in de verpakking.
Vanuit mijn erker bezie ik de wereld.
Ik zie automobilisten verkeerd inparkeren, fietsers meeplaybacken met
de liedjes op hun MP3speler, voetgangers hun hond uitlaten. Ik zie de
buurvrouw zoenen met haar nieuwe vriend, een potenti?le dief loeren
naar onze fietsen, een onbekende zijn afval lozen in de aarde bij de
boom. Ze hebben het niet in de gaten. Ze zien mij niet. Mensen vergeten
naar boven te kijken.
Daar boven, daar ben ik. Als een heerser kijk ik uit over mijn straat.
Ronja vergezelt mij vaak naar de erker. Ze springt op het randje van
het raamkozijn en miauwt. Ik pak haar op en neem haar luid spinnend in
mijn armen.
Ik kijk naar de mensen die voorbijkomen, ik zie de wolken vluchten
achter de torens van het grote gebouw en ik mijmer over het leven en de
keuzes die ik maak.
Vorige week stond ik op mijn fijne plekje de wereld te bezien toen ik
plotseling een hoofd zag in de erker van het huis naast me.
Een mevrouw van middelbare leeftijd keek mij recht in het gezicht en begon meteen vriendelijk te zwaaien.
Ha! De nieuwe buren.
Wacht even!, mimede ze.
Ronja en ik wachtten in spanning af.
Een seconde later stond er niet alleen een middelbare vrouw in de erker, ook een middelbare man.
Hallo, zwaaide ik. Hallo, zwaaiden zij.
Wacht nog even!, mimede ze, haast opgewonden.
Goed. Ik bleef nog even wachten.
Toen stonden er niet alleen een middelbare vrouw en een middelbare man in de erker, ook een meisje van een jaar of twintig.
Dat zou de dochter kunnen zijn.
Hallo, zwaaide ik. Hallo, zwaaiden zij met z'n driee?n.
Zouden zij daar echt met z'n drie?n gaan wonen?
Wacht nog even!, mimede het jonge meisje.
Wat zullen we nu krijgen, dacht ik.
Er kwam nog een meisje van haar leeftijd in de erker staan, naast het middelbare stel.
Hallo, zwaaide ik. Hallo, zwaaiden zij met z'n vieren.
Het laatste meisje wees vrolijk op Ronja. Ik liet Ronja terugzwaaien
door haar pootje te pakken en te bewegen en vroeg me af waar ik mee
bezig was.
Wacht even!, mimede de twee jonge meisjes.
Niet. Dacht ik.
Even later kwam er nog een meisje van een jaar of twintig in de erker staan. Het werd nu echt proppen.
Hallo!, zwaaiden ze met zijn vijven.
Hallo!, zwaaiden Ronja en ik.
Ronja begon steeds harder te spinnen.
Ik dacht er het mijne van.
Vijf mensen.
Op 55 m2?
1.
Midwinter Night's Dream
2.
In my Father's Den
3.
Brothers
4.
Dalecarlians
5.
Le Grand Voyage
Vijf keer raak, vijf keer goed, een bijna onhaalbare score. De Volkskrant was ons goed gezind!
Wel veel gehuild, want alle vijf heftig en weinig lucht.
Het is onmogelijk om te zeggen welke ik het mooiste vond, maar als het moet dan 1, 2 en 3 in willekeurige volgorde. En 4 en 5.
Het blijft elk jaar mooi om te zien hoe vol het perron staat in
Amsterdam, op deze zondagochtend, om kwart over 8. Mensen met moeie
ogen, filmkrantjes, kartonnen bekers koffie, die allemaal zeggen hoe
gek ze wel niet zijn om zichzelf een dag lang in het donker op te
sluiten. Het eerste zo welkome lente-achtige zonlicht van gisteren deed
vooral pijn aan onze ogen elke keer dat we ons van Path? naar Luxor van
Luxor naar de Schouwburg verplaatsten. We hadden geen tijd voor
lente-briesjes en zonnebaden. Druk discussierend over wat we van de
film zo mooi vonden, trokken we van zaal naar zaal. Gehaast, om niet te
laat te komen.
Om uiteindelijk, na vijf keer twee uur film, ons uitgeput maar tevreden
in de treinstoelen neer te laten ploffen. Hoe kun je zo moe worden van
niets doen, behalve kijken?
"H?, h?", zei een van ons in de vierzit, "eindelijk zitten".
Wat met veel gelach ontvangen werd.
De eerste reactie op de man in het bubbeltjespapier was meteen de juiste. Gefeliciteerd
Corrie. :-)
Het gaat hier om een foto van
Merlijn Doomernik die de Italiaanse scheidsrechter
Pierluigi Collina portretteerde.
Ik hou van Pierluigi Collina. Hoe die man met zijn lange lichaam de
scepter over het veld zwaait, meedogenloos doch rechtvaardig, is immer
indrukwekkend. De stoerste voetballers verbleken bij zijn toorn, zijn
vuurspuwende ogen en zijn glanzend kale hoofd. Hij trekt kaarten zoals
niemand anders dat doet.
Hij schijnt buiten het veld een heel aardige, rustige man te zijn.
Mmm.
Woei.
Terug naar het onderwerp. Merlijn maakte ooit ook een foto van mij,
voor het Parool, vrij in het begin van de weblogtijd, zomer 2001.
Apetrots was ik. Prachtige foto! In zijn zo eigen stijl.
Sindsdien herken ik zijn foto's moeiteloos en met veel plezier.
We wonen in dezelfde straat, we doen bij dezelfde winkels boodschappen, maar we zien elkaar nooit.
Online gaat dat beter. Soms gaat er een mail over en weer.
Zo ook toen ik zag dat hij zijn 1 bij 1 meter portret van Pierluigi
Collina voor giro 555 te koop aanbood. Voor slechts 999 euro.
Ha, schreef ik, die wil ik wel hebben.
Ha, schreef hij, ik ben in mijn nopjes vandaag omdat ik
prijzen heb gewonnen, dus ik laat een kopietje voor je afdrukken op 20x20 cm. Voor de leuk.
Sjemig de pemig!, schreef ik, dat is echt heul erg fijn en dank je wel en wat leuk!
Ik liet 'm inlijsten in een met zorg uitgekozen lijstje. "Wat een engerd", zei de lijstenmaakster.
Wat een held.
My first kunstwerk.
Ik heb een man in bubbeltjespapier.
Maar wie is het?
Ik kan wel doen alsof het me allemaal niets interesseert, want dat is veel cooler.
Maar het interesseert me wel!
Dan maar een mietje!
Ik ben 1x genomineerd voor de Dutch Bloggies en ik wil die ene
felbegeerde Dutch Bloggie in de wacht slepen en hem bij de
grootsopgezette prijsuitreiking in ontvangst nemen, een emotioneel
dankwoord houden en in mijn galajurk een onuitwisbaar positieve indruk
achterlaten!
STEM OP MIJ!
(niet alle categorie?n zijn verplicht)
'Ik kan aan jouw neus niet zien of jij zojuist een fiets hebt gejat', zegt de ene politieman.
De politieagenten hebben een man klemgereden en de portieren van de politieauto staan open. Als in een echte actiefilm.
De waarschijnlijke dader kijkt stoned en onnozel uit zijn ogen en protesteert lichtjes om vervolgens zijn schouders op te halen.
De trein van 23.53 uur heeft 20 minuten vertraging. Omdat er gewerkt wordt aan het spoor rijden er geen stoptreinen. Er is nog ??n trein later. Die gaat om 0.20 uur vanaf perron 7a/b. Een snelle rekensom verklaart dat ik beter de vertraagde trein kan nemen. Ik sjok door het verlaten station naar perron 4a/b.
'Het is toch ongelooflijk. On-ge-loof-lijk!', schreeuwt een kleine, gedrongen man in pak. Naast te veel aftershave heeft hij ook te veel drank tot zich genomen. Hoewel ik met mijn oordopjes duidelijk aangeef geen zin in een gesprek te hebben, begint hij tegen mij te praten. Dat hij al anderhalf uur geleden uit Den Bosch vertrok. En nu nog niet in Amsterdam is. En dat hij op Amstel moet zijn en dat Amstel op een gegeven moment dichtgaat. En dat het ongelooflijk is. Hij zet nog wat kracht bij door de afzonderlijke lettergrepen over het perron uit te schreeuwen.
Utrecht Centraal 's nachts. Hoe vaak heb ik hier niet al gestaan. Wachtend op treinen die niet zullen komen.
Ik leg de man uit dat ik uit ervaring weet dat de vertraagde trein van 23.53 uur geen enkele garantie biedt, als ik zie dat de allerlaatste trein van 0.20 uur op perron 7a/b komt binnenrijden.
Wat te doen?
Trap op, hal doorrennen, trap af, naar perron 7? Om vervolgens in een trein te zitten die werkelijk op elk denkbaar station tussen Utrecht en Amsterdam stopt?
De rest van het perron twijfelt mee. Ik zie niemand uiteindelijk het perron verlaten.
'On-ge-loof-lijk', zegt de man zo hard, dat het echoot over de uitgestorven sporen. Hij strijkt vertwijfeld de lange plukken haar glad die hij om zijn kaalheid te verhullen over zijn hoofd heeft gedrapeerd. Hij begint driftig zijn bril schoon te maken. Er komt een zwerver aan. Een zwarte zwerver. Hij vraagt de brilpoetsende man om geld.
'Geld? Geld?', roept de man. 'Ben je gek? Wij zijn boos!'
De zwerver wacht af, vriendelijk glimlachend, met zijn hand op.
'Wij zijn boos!', roept de man nogmaals, daarbij op zichzelf en op mij wijzend. Ik wil niet in zijn zaken betrokken worden dus ik sla het aanbod af. Ik schud kort nee tegen de zwerver.
Dan begint de man aan de zwerver uit te leggen waarom hij boos is. Dat komt door de buitenlanders. 'Zoals jij ja, zoals jij', roept hij tegen de zwerver. Hij wijst hem met zijn bril aan.
Binnen no time heeft de zwerver de schuld van de vertraagde trein gekregen.
Als de man is uitgeraasd, staat de zwerver nog steeds met zijn hand omhoog. 'Heeft u misschien een kleinigheid?', vraagt hij nogmaals, geduldig.
Een meisje schreeuwt door haar mobiele telefoon dat haar vriend een lul is omdat hij haar niet op komt halen. Verderop gaapt een man die staand de krant leest.
Als alle hoop op een trein vervlogen is, klinkt de omroepstem voor de laatste keer die avond.
De vertraagde intercity naar Duivendrecht, Amsterdam Amstel, Amsterdam Centraal en Haarlem zal over enkele minuten binnenkomen op spoor 5.
Het is dan 0.43 uur.
|
|