"Ongelooflijk! Moet je n?u eens kijken wat er gebeurd is", zei ik tegen de
sleutelmaker, terwijl ik de baard en de kop van mijn
gebroken sleutel
met enig dramatisch maar vrolijk vertoon op de toonbank legde.
Als ik de sleutelmaker was, zou ik blij zijn met zo'n opgewekt meisje in de winkel.
De sleutelmaker keek naar de gebroken sleutel.
"Ja", zei hij. "En?"
Hij was nog chagrijniger dan ik toen ik had geconstateerd dat mijn fiets niet langer van het slot te krijgen was.
Een stilte viel.
Het leek mij wel duidelijk wat ik wilde, maar misschien was hij minder begaafd.
"Is het mogelijk om van deze twee stukken weer ??n sleutel te maken?", vroeg ik dus maar.
De sleutelmaker haalde zijn schouders op.
"Ik zou het niet weten", zei hij.
Hallo!
Dat is een raar antwoord, meneer de sleutelmaker.
Er was weer een stilte, waarin ik de sleutelmaker wilde slaan.
In plaats daarvan zei ik
"Euh".
En daarna, toen er geen reactie kwam:
"Kunt u het dan proberen?"
Let op, hoe mijn getutoyeer tegen de sleutelmaker ineens was omgeslagen in een beleefdheid waar geen Balkenende tegenop kan!
"Ja dat kan ik wel", zei de sleutelmaker, terwijl zijn volume dreigend omhoog ging.
"Maar denk maar niet dat ik je geld ga teruggeven als het n?et lukt",
dreigde hij, terwijl hij de twee stukjes woedend oppakte en ze in zijn
werkbalk stopte.
Jesus, relax, dacht ik.
Het was dat het sleuteltje even later enorm goed paste en ik mijn slot kon openmaken en mijn dag weer goed was.
Anders had ik de sleutelmaker aangeklaagd en geschopt wegens stom.
Ik nam 'm op in 2000, zes jaren geleden. Of in 1999, zeven jaren geleden.
In elk geval was het januari.
Hij lag in mijn kast.
Soms kwam ie eruit, omdat ik hem wilde zien. Vaak refereerden we eraan.
Maar toch kwam het er nooit van.
Vervolgens rustte er een vloek op de film, denk ik, alsof hij nooit gezien zou worden.
Nu, vanavond, heden, zes of zeven jaren en een beetje geleden, ging de band in de video en speelde de film.
Ik had het veel eerder moeten doen:
Die Siebtelbauern.
Mijn eigen krachten zijn mij onbekend. Dat bleek weer eens toen ik het
sleuteltje in mijn fietsslot stak, het omdraaide en het vervolgens
zonder enige weerstand afbrak. Het maakte minder geluid dan mijn
hartgrondige vloek. Te meer daar de fiets nog op slot stond en ik op
dat moment weg moest.
Met de kop van de sleutel in mijn hand en de baard in het slot sjokte
ik de drie trappen op naar boven om in mijn huis het juiste gereedschap
te vinden voor de reddingsactie van het afgebroken stukje. Vaak heb ik
dromen over dat ik een gereedschapskist bezit, met handige vakjes en
diverse sexy tangen, maar het beste wat mijn huisraad te bieden had,
was een pincet.
Met een opkomende chagrijnigheid maar ook een gezonde dosis hoop sjokte
ik de drie trappen af naar beneden. Ik klemde de pincet met al mijn
kracht om het miniscuul uitstekende stukje en trok uit alle macht
aan het friemeltje (terwijl ik het ding ook nog een stukje moest
draaien). Het leek er even op dat het me ging lukken, dat dacht ik ook
de volgende keren, maar na een poging of 25 moest ik constateren dat er
geen enkele wijziging in de toestand was opgetreden. Bummer. Ik ging
drie trappen naar boven, haalde fietssmeer en ging weer terug. Ook dat
resulteerde niet in een vrije fiets.
Ik moest constateren dat mijn cosmetische gereedschap het grootste
probleem vormde. Ik keek naar de ramen van mijn buren. Geen licht.
Daarom sjokte ik even later drie straten verderop naar de man die zeker
een gereedschapskist zou hebben. Ik kwam langs het restaurant waar als
enige gast een kale man zat die mijn stappen meewarig aanzag. Gewapend
met twee schroevendraaiers en een tang liep ik even later de drie
straten terug. In de schaduw van de maan en lantaarnlicht zag ik mezelf
op de stoep gereflecteerd. Het leek alsof ik een dolk met drie koppen
in mijn hand had waarmee ik een denkbeeldig persoon aan het steken was.
Een vrouw die een hond uitliet checkte of ik haar met mijn gereedschap
ging bedreigen. De kale man in het restaurant leek me te herkennen. Zijn blik werd er niet minder meewarig op.
De tang vormde een verbluffende vooruitgang. Met ??n soepele beweging
trok ik de baard uit het slot. Ik keek even om me heen of iemand deze
heldendaad gezien had, maar het was stil op straat. Nu moest ik het
slot nog openkrijgen. Ik ging drie trappen naar boven en pakte mijn
reservesleuteltje. Gelukkig heb ik een speciale verzamelbak voor
sleuteltjes dus wist ik meteen waar ik moest zoeken. In mijn nopjes
over mijn opgeruimdheid zocht ik tussen de sleuteltjes. Er zat geen
reservesleuteltje bij, hoe lang ik ook zocht en de geschiedenis van
mijn slot naging in mijn hoofd om deze lacune op te vullen. Aaargh!
Ik ging de drie trappen naar beneden, liep naar de drie straten
verderop, ik stak mijn hand met het gereedschap op naar de kale man ter
groet, leverde het gereedschap in en concludeerde dat alles voor niets
was geweest. Mijn fiets nog steeds op slot, ik inmiddels te laat voor
mijn afspraak. Gelukkig beschikte de man met het gereedschap ook over
een fiets die ik mocht lenen.
Maar mijn chagrijnigheid groeide.
Zou een slotenmaker in staat zijn mijn sleutel te repareren?
Of zou ik de volgende dag met een zaag mijn slot moeten openwrikken met het risico gearresteerd te worden?
* Ik heb wat foto'tjes van Riga op
flickr gezet.
*
Zezunja en
GeenStijl zijn mijn overgebleven concurrenten bij de Dutch Bloggies. Stem
hier, of niet.
* Op dit postje kunt u niet reageren.
* Morgen hier een echt stukje, hoera, een echt stukje.
Ooit komt de dag dat ik tijd vind om iets bij deze foto's te schrijven.
Dit is ook Riga, om maar meteen twee uitersten onder elkaar te zetten. Soms liepen we door een straat waarvan de ene kant strak gerenoveerd was en de andere kant compleet verwaarloosd.
Over een aantal jaren zal alles er wel keurig uitzien, helaas zou ik willen zeggen, want het loszittende pleisterwerk en de vergane muren waren juist ook zo mooi.
Het was zo koud dat de brede rivier de Daugava (waarvan ik niet weet
hoe wij die noemen) die door Riga heenloopt, bevroren was. De koude en
de sneeuw maakten de in de architectuur toch al aanwezige
sprookjesallure compleet. De kleurrijke gebouwen met gezichten, draken
en katten verwelkomden ons als warme dekens in de kou. We liepen over
de meters ijs, klommen op sneeuwbergen en stampten de sneeuw van onze
schoenen.
In alles was Riga anders dan verwacht, denk ik.
Maar daarover later meer.
Dat gevoel, die eerste dag dat je zonder sjaal naar buiten kunt. Dat je
weet dat de lente er is. Dat de wind niet meer snijdt maar streelt. Dat
iedereen op straat toch net even anders kijkt. Dat de vogels je
toezingen en de blaadjes groen zijn. En de vriendelijke meneer je
zomaar een ijsje aanbiedt om alles te vieren.
Het is er nog lang niet.
Zeker niet nu ik de weersverwachting heb gezien van de plek waar ik aanstonds (prachtwoord) naar toe ga: Riga.
Maxima van MIN 8 graden.
Waaaah!
Afgelopen zondag was het weer raak. De laatste zondag van het
Rotterdams filmfestival biedt de mogelijkheid om te doen alsof je echt
aanwezig bent geweest: vijf van de toppers zien op ??n dag. Je moet er
de hele dag voor in de bioscoop zitten, maar dan kun je wel meepraten.
En das belangrijk natuurlijk.
Aan de volksverhuizing doe ik al jaren mee. Het perron in Amsterdam
staat, iets over achten ?s ochtends, vol gapende mensen. Iedereen
verzucht klappertandend waarom dit festival nou h?lemaal in Rotterdam
moet worden georganiseerd. Dat er deze zomer een speciale editie in de
hoofdstad komt, is daarom vooral jammer. Zo?n bezoekje aan het
Rotterdamse is alleen maar goed voor ons, wij verwende
hoofdstedelijken.
Eenmaal in Rotterdam lijken de mensen vooral te zijn gekomen om te
praten. Dom, nietszeggend, vervelend commentaar leveren terwijl ik mij
probeer te concentreren op de film! Mensen! Het zien van een film in de
bioscoop is n?et hetzelfde als een DVD?tje huren. Dat u af en toe ?ht
en aht, daar kan ik me iets bij voorstellen. Dat u op een spannend
moment een keertje help roept, ok?. Maar waarom heeft u de neiging
hardop mee te delen wat we toch al zien? Er wordt nogal eens geklaagd
over het jonge bioscooppubliek dat de film net zo vermakelijk vindt als
het gooien van popcorn. Maar dat gooien voegt tenminste nog iets toe
aan het avontuur. ?Oh hij gaat naar haar toe!? roepen als het
hoofdpersonage naar haar toegaat, niet. ?Ohjee, die is zwanger? zeggen
op het moment dat iemand op de zwangerschapstest ziet dat ze, nou ja, u
snapt het.
Voortaan kijken zonder kleppen, dus, graag. Maar ik ben nog niet klaar.
Kan ik mij al dagen van tevoren druk maken om mijn woeste kriebelhoest
die het publiek mogelijk zou kunnen irriteren en heb ik daarom een
arsenaal aan dropachtigen meegenomen, u schijnt het niet te
interesseren dat u herhaaldelijk uw decibellen (en bacillen, mensen!
Hand voor de mond!) over de zaal uitstort.
Natuurlijk komen deze strenge woorden louter voort uit jaloezie. Zo te
kunnen opgaan in een film, zo geen enkele rekening te willen houden met
andere mensen, het moet een geweldig gevoel zijn.
Tijdens de uitzending van een discussieprogramma op AT5 over de cartoonprotesten:
"Laat ze hun bek houden, het gaat hier om de vrijheid van meningsuiting".
Hee mijn cluppie www.amsterdamcentraal.nl is genomineerd voor een Dutch Bloggie, hieperthoera.
Stem dus nu allemaal en snel!
Ook op www.merelroze.com kan gestemd worden, in twee categori?n geloof ik, al is het me niet helemaal duidelijk hoe ende wat.(en ja, ik ben weer beter, dank)
Heden kom ik slechts nog tot niets.
Ik hoest als een monster en mijn voeten worden niet meer warm.
"Heb je koorts?"
Hoewel ik al zeker wist van niet, volgens mij heb ik al sinds mijn
kindertijd geen koorts meer gehad, deed ik maar weer eens een meting.
En zoals altijd als ik ziek ben, geeft de thermometer (steeds weer een andere) een extreem l?ge temperatuur aan.
36,1!
Misschien ben ik niet wel warmbloedig. Misschien ben ik eigenlijk niet eens menselijk.
Het zou veel verklaren. Bijzonder veel eigenlijk. Nu ik erover nadenk, zzzz....
Ok? genoeg over heel erge dingen in dit land. Nu wil ik weer aandacht, hallo!
Ook in mijn leven voltrekken zich namelijk rampen die
buitenproportioneel zijn en waarvan ik niet weet waarom ik het leed
verdien.
De nieuwste ramp in mijn leven betreft mijn
stuurtuin.
Reeds met oud en nieuw had een onverlaat bijna alle bloemetjes uit mijn stuurtuin geplukt.
Volstrekt onnodig en heel asociaal.
Maar ik dacht, misschien heeft een heel schattige jongen indruk willen
maken op zijn vriendinnetje en oud en nieuw is toch altijd al zo'n
beladen feest en hij was vast dronken en het is wel geen excuus maar
toch. Bovendien had de kwajongen (het moge duidelijk zijn dat het hier
een man betreft) de mooiste en grootste roos laten zitten. Ondanks veel
verdriet fietste ik vanaf 1 januari met de laatste roos dapper en
strijdbaar door de stad. Ik had nog aangifte willen doen, maar ook een
kater.
Eergisteren is het helemaal misgegaan.
Iemand heeft de laatste roos van mijn stuur geplukt.
Nu fiets ik rond met een bos groensel op mijn stuur, kaalgeplukt, beroofd, weerloos.
Maar dat is alles van waarde.
Taida mag blijven!Update: Hmm... het is iets minder rooskleurig dan ik dacht.
Ze mag blijven tot Verdonk uitspraak doet.
Zie
de site (waar je dus nog steeds kan/moet blijven tekenen).
|
|