* Sloten van deuren (bijvoorbeeld wc's) moet je de andere kant op draaien.
* Finnen houden erg van cranberry's. Wij vroegen ons af of het veenbessen of vossebessen zijn.
* In cafés hebben ze geen echt brandveiligheidsplan. Als het café ongeveer dichtgaat, sluiten ze alle mensen in door de deur op slot te doen. Naar de sleutel moeten ze dan vrij lang zoeken.
* Niemand leek op de mannen van Lordi.
* De drank was inderdaad heel erg duur. En lekker. Als het dan toch duur is, kun je maar beter heel chique cocktails bestellen.
* De Finnen (en ik nu ook) zeggen hei als je hen ziet. Volgens Charlotte zeggen ze bij het afscheid hei hei, maar ik heb ze er niet op kunnen betrappen.
* De Finnen zijn de Europeanen met de meeste mobiele telefoons. Het is me niet opgevallen. Maar als ik een mobiele telefoon zag, was het bijna altijd een Nokia met een heel qwertytoetsenbord.
* In alles met vis gaat dille. Helsinki is dille-paradijs.
* We zagen nul Nederlanders, behalve eentje over wie later meer, een hamster en een zakenman.
* We zagen bijzonder veel mannen met kleine kids en kinderwagens, zonder een vrouw in zicht.
* Op een dag gingen we naar Tallinn in Estland. We aten varkensoren. Die waren echt vies. Waarover later meer.
* In cafés zijn kapstokken. Iedereen maakt er gebruik van. Niemand hangt ze over hun stoel. Niemand steelt die jassen.
* Finnen waren veel grappiger dan ik had verwacht.
* In pashokjes zijn altijd schoenen met een hak aanwezig. Waarschijnlijk omdat iedereen grote sneeuwschoenen aan heeft (en iedereen dezelfde schoenmaat?)
* In één restaurant kregen we (ielgh) een Nederlandse vertaling van het menu. De vertaalster (het moet een zij geweest zijn) had zich zo uitgeleefd dat de Finse gerechten nog Finser werden.
* Finnen houden van strak, duurzaam en mooi. We wilden het liefste alles kopen.
* Van tevoren waarschuwde iedereen ons voor de dronken Finnen, maar Charlotte was veel erger.
* Bar 9 op de Uudenmaankatu nummer 9 was ons stamcafé, niet in de laatste plaats vanwege de zeer aantrekkelijke barman. Dat hij ons een beetje negeerde, kwam door zijn ingewikkelde Finse karakter.
* De Finse taal is een enigma. Het Zweeds eronder daarentegen was bijna altijd perfect te volgen.
* Kiitos! betekent bedankt. Je hoeft die twee i's niet allebei uit te spreken hoor, als je de i maar lang rekt.
* Ik heb in de afgelopen jaren zelden zo vreselijk hard moeten lachen als met Charlotte.
* Het leukste van het hebben van een weblog is dat ik al dit soort dingen mag sparen.

Helsinki was fantastisch, gezellig, fijn, mooi, koud, super.
Later zeker meer.
(Maar Merel, deze foto... dit is Helsinki helemaal niet!)
(Neehee, maar later meer, zei ik toch)
Later: dit is Tallinn. Waarover later meer. Later, later.
Even zag het ernaar uit dat ons hele plan in duigen zou vallen. Nu we hadden besloten om naar Helsinki te gaan, moest het ook wel heel erg koud zijn. Wanten, sjaals, mutsen, stoom uit de mond. Stampen tegen de koude. Glühwein drinken tegen onderkoeling. Maar niets van dat. Elke keer dat we het weerbericht checkten, was het in Helsinki heerlijk aan het nazomeren. Ongekende temperaturen voor Finse begrippen. Hemdjes, rokjes, blote benen. We maakten ons grote zorgen.
Toen leek het goed te gaan.
Het zou gaan sneeuwen en vriezen! Wij sprongen gaten in de lucht (die hier ook belachelijk heet was voor de tijd van het jaar, waardoor we het nog knap warm kregen).
Nu ziet het ernaar uit dat we morgen toch op een terras kunnen zitten. We grommen bij het vooruitzicht.
Gelukkig wordt het daarna, ditzelfde weekend nog, ineens bitterkoud. Hoera!
En we hebben een heel uur extra vakantie vanwege het terugzetten van de klok.
Soms kun je zoveel geluk hebben.
We'll be back. Of, nou ja, misschien.
Voor een bepaalde opdrachtgever moet ik nogal vaak schrijven dat getuigen verzocht wordt om contact op te nemen met de politie. Mijn collega's schrijven echter bijna allemaal dat getuigen verzocht worden om contact op te nemen met de politie. Er viel mij enig hoongelach ten deel omdat ik de persoonsvorm in enkelvoud schrijf. Zo van: pffffrrrrrggg, wat schrijf je nu?
Hoongelach! Voor mij was er echter geen twijfel mogelijk.
De getuigen zijn toch niet het onderwerp van de zin, maar het meewerkend voorwerp?
Gelukkig bood Onze Taal zoals zo vaak uitkomst.
Het is allebei goed, maar eigenlijk alleen dat van mij, vind ik.
Vroeger zei ik ook altijd nOtulen in plaats van notUlen maar daar ben ik mee opgehouden omdat ik elke keer werd uitgelachen.
Ik ben malle Pietje niet.
"Gefeliciteerd met je nominatie voor beste weblog", schreef iemand mij vanochtend. De jaarlijkse DutchBloggies zijn altijd in het voorjaar, dus die persoon moest het fout hebben. Maar vervolgens nog een mailtje, en een reactie.
Toen kreeg ik een verklarend bericht van de Wereldomroep:
"Gefeliciteerd: je bent genomineerd voor The BOBs Awards 2006 (Best Of The Blogs)! The BOBs is de enige jaarlijkse competitie die een internationaal en taaloverstijgend overzicht biedt van de snelgroeiende blogscène (sic). Dit jaar in 10 talen: Arabisch, Chinees, Duits, Engels, Nederlands, Farsi, Frans, Portugees, Russisch en Spaans."
Holy mozes!
Mejor Weblog! Melhor Weblog! Best Weblog! Etc.
Er is een juryprijs en een publiekprijs. Die juryprijs lijkt mij schier onmogelijk, daar niet één van de anderstaligen mijn site zal kunnen lezen! Haha! Daarom ga ik vol overgave voor de publiekprijs.
Niet dat ik mijn weblog interessanter vind dan die anderen. Die anderen zien er over het algemeen zeer bijzonder uit (al moet ik zeggen dat ik per definitie snel onder de indruk ben van een weblog in het Arabisch, Chinees, Russisch of Farsi). Ze hebben het vast ook over meer dan ik, in politieke zin. Maar het moet toch mogelijk zijn om die Chinees met 1 miljard lezers te kunnen verslaan...
-1-
'Volgende keer niet repareren', stond op het briefje dat aan het stuur van mijn fiets hing.
"Wát?", vroeg ik aan de fietsenmaker. Dit was niet mijn vaste fietsenmaker. Maar omdat mijn fiets er ver weg van mijn huis mee opgehouden was, had ik de dichtstbijzijnde gekozen.
"Deze fiets is bijna dood", sprak de vakman.
Ik keek hem diep in zijn ogen om te zien of hij me een nieuwe fiets wilde verkopen, maar ik zag in zijn irissen een haast onevenaarbare liefde voor rijwielen.
"Binnen nu en vier weken houdt deze ermee op", sprak hij.
Ik slikte even.
-2-
Vier weken min twee dagen later.
Vrolijk peddel ik over een van de drukste kruispunten van de stad, een zogenaamde blackspot, vanwege de verkeersongelukken. Ik voel het aankomen. Dan is het zover: mijn ketting ligt eraf.
Prut.
Enige paniek over de rest van de dag verdwijnt al snel omdat ik eigenlijk geen plannen heb. Ik bel naar mijn afspraak dat ik iets later ben.
Dan breng ik mijn fiets naar de eerstvolgende fietsenmaker.
"Er is een wachtlijst tot donderdag."
"Wat?"
"Ja, kijk", en hij wijst op een groot aantal fietsen in de hoek.
"Maar ik kan niet zonder!", roep ik.
De fietsenmaker loopt met me mee naar buiten, omdat hij aardig is. Hij schudt wat aan het achterwiel, werpt een kritische blik op mijn trouwe tweewieler, maakt een grapje over mijn fietstuin en de provisorische snelbinders en spreekt dan de fatale woorden.
"Deze ga ik niet repareren, hij is op sterven na dood."
-3-
Later die avond komt de tram maar niet, dus doe ik wat ik nooit doe: ik loop naar huis.
Het getik van mijn hakken echoot door de smalle straatjes in de Pijp.
Het is pikdonker en het is 35 minuten lopen.
Onderweg haal ik mijn fiets op. We lopen gearmd naar huis.
-4-
De nacht gaat voorbij met dromen over hem.
Ik herbeleef de mooiste momenten die we samen hadden.
's Ochtends loop ik naar mijn raam.
Vanuit mijn erker kan ik hem zien, daar staat hij, afgeragd maar trots, naast die fiets die er al weken zonder achterwiel bijhangt.
Mijn lieve fiets.
De stuurtuin is keer op keer kaalgeplukt door nare vandalen. De laatste bloem is vorige week gestolen. Hij heeft een orgaandonatie getekend, maar zijn stuurtuin zal hij met zich mee het graf in nemen.
Later vandaag zal ik mijn trouwe vriend naar boven dragen.
Sterven zal hij niet op straat.
Woensdag aanstaande (25 oktober) organiseert de Openbare Bibliotheek in Scheltema (dat we tegenwoordig Selexyz Scheltema moeten noemen) in Amsterdam een heuse Ladies Night (avond).
Mannen zijn echter meer dan welkom (ik zou zelfs zeggen noodzakelijk).
Het belooft een leuke avond te worden met schrijfsters zoals Aaf Brandt Corstius, Susan Smit, Marianne Thieme, Saskia Noort en Marion Pauw. Er zijn ook mannen, zoals Henkjan Smits en Marten van der Veen. Ik word geïnterviewd samen met Sophie van der Stap (het meisje met de negen pruiken). Er is mij beloofd dat er een feestelijke sfeer zal heersen en dat er genoeg drankjes zijn.
En dan ga ik de landsgrenzen over, wat heul spannend is! Op de Boekenbeurs in Antwerpen mag ik op woensdag 1 november aantreden voor een interview, een babbeltje en een euhm... signeerdinges. Het lijkt me leuk om eindelijk eens wat van de webloggende (en niet-webloggende) zuiderburen te mogen begroeten.
Mijn iPod koos zojuist eerst Supermassive Black Hole van Muse uit (heul fijn om heul hard op te fietsen) en vervolgens One More Time van Ane Brun (mooi) en toen The Needle and the Damage Done van Neil Young (niets tegen in te brengen). Ik weet zeker dat deze nummers de rest van mijn dag nog mooier maakten dan ie al was. Soms kan mijn iPod erg goed draaien.
Maar eigenlijk ben ik tamelijk verrast door een gesprek eerder op de avond over internetaansluitingen (ja, met mijn vrienden heb ik diepgaande conversaties).
Ik betaal 51 euro per maand (23 euro aan XS4ALL en 28 euro aan KPN). Volgens mijn vrienden word ik vet afgezet. Maar ik heb geen enkele klacht.
Vandaar de volgende vragen:
Hoeveel betaalt u per maand aan uw internet (incl. eventueel KPN)?
Hoe tevreden bent u?
Mijn provider
Bob is dringend op zoek naar een webdeveloper die kennis heeft van PHP, MySQL, Javascript en HTML. Hij zegt, dat als ik dit niet fluks op mijn website zet, deze website binnenkort uit de lucht is. Dus meld u
hier!
Kunt u mij vertellen of ik hier kan pinnen?
Nee, ik zou u dat niet kunnen vertellen, het spijt me. Ik ben vrijwilliger, ik weet eigenlijk niets, haha. Ik ben hier pas net begonnen en ik moet de ins en outs nog leren, snapt u wel? Het is niet zo heel gemakkelijk om alles te onthouden, dat valt nog best tegen. Maar ik ben er pas een week hoor, hier. Toen ik hier vorige week begon, voelde ik me ook best een beetje in het diepe gegooid, of hoe zeg je dat, aan mijn lot overgelaten. Ze zijn aardig hoor, maar ja, zij hebben ook hun werk, dus ik wil ze ook niet tot last zijn. Dat is misschien ook niet altijd handig, maar goed. Mijn kinderen zijn het huis uit. Mijn jongste gaat trouwen. Daarom ben ik hier, voor een beetje afleiding. Gewoon, een beetje meehelpen, u kent het wel, wat ontlasting voor de anderen. Ja, nee, maar twee ochtenden per week, anders wordt het ook weer zo veel, hè. Ik ben maar begonnen ergens, gewoon met het neerleggen van de foldertjes, beetje gerangschikt, ziet er een stuk beter uit zo, de mensen hier hebben daar helemaal geen tijd voor, daarom doe ik het. Ziet er netjes uit, toch. Ja, ik kwam hier ook wel als bezoeker dus ik heb me gewoon aangemeld. Eerst wisten ze niet zo goed wat ze met me moesten, maar volgens mij loopt het nu wel. Hand- en spandiensten. Als ik religieus zou zijn geweest, dan had ik bij de kerk gewerkt. Maar ja, niet gelovig hè, soms kan dat best lastig zijn. Komt u hier eigenlijk alleen even kijken, of heeft u een afspraak? Ik weet niet of u hier kunt pinnen, het is wel leuk dat u het juist aan mij vraagt. Misschien weten ze het daar, in het kantoortje, daar zitten de mensen die er iets van weten. Als u dan antwoord heeft, kunt u het mij dan nog even komen vertellen? Dan weet ik het ook, de volgende keer, dat staat dan wat professioneler.
Eigenlijk is het feest in Huize Roze. De zon schijnt buiten op de herfstige bomen van de binnentuinen. De poezen snorren naast me op het bureau. De telefoon is al een tijdje niet meer gegaan.
De eerste druk van Fantastica is uitverkocht.
Ik heb nog een halve liter champagne in de koelkast...
Ik heb een nieuwe hobby. Het heet wandelen in een herfstbos.
Afgelopen zondag in Doorn.
Zie
hier meer pics.
De oude man naast me had een kaartje met korting gekocht maar hij had geen kortingskaart.
De conducteur zei dat dat niet zo mooi was. De oude man zei dat hij al die knopjes van zo'n automaat maar ingewikkeld vond en dat hij ze blijkbaar verkeerd had ingedrukt. Hij staarde even vertwijfeld en zichtbaar slechtziend naar zijn kaartje.
De conducteur zuchtte en vroeg zich af of hij deze man ging geloven.
"Maar ik heb een kortingskaart", zei ik, "en deze meneer reist met mij mee."
De conducteur keek naar mij. Even dacht ik dat hij boos zou worden, maar hij was goedgemutst en zei dat het al in orde was.
Hoe anders zou dat gaan onder een dictatoriaal bewind, dacht ik.
Een politiestaat, waar dergelijke grappen eenzame opsluiting in een cel betekenen. Een land in oorlogstijd, niemand te vertrouwen, behalve conducteurs ook zeker geen medereizigers.
Ik voelde me blij met mijn goede daad. Zo makkelijk, en toch zo bevredigend. Ik was gelukkig met het feit dat ik in Nederland woonde, waar conducteurs en oude mannen dit soort dingen begrijpen en waarderen.
Ik zat helemaal klaar voor het bedankje van de oude meneer naast me, die ik gered had van een fikse boete.
De oude meneer naast me zweeg.
Hij ging niet eens echt voor me opzij toen ik er in Utrecht uit moest.
"Oké, de wc hier is dus echt niet astmaproof"
Het meisje kwam het zaaltje in en zwaaide met haar hand een denkbeeldige ranzige geur weg. Ik vroeg me af wat dat inhoudt, een wc die wel of niet astmaproof is. Later zou ze me uitleggen dat de zwaargeparfumeerde ruimte op de luchtwegen van sommige astmapatiënten slaat. Nog een reden om die vieze geurtjes van de wc te verbannen.
Even ervoor was ik bijna in een gigantische stroom aankomende studenten meegezogen. De toekomst van Nederland liep in groten getale tussen station Utrecht en de Jaarbeurs heen en weer, ook over het wegdek, zonder uit te kijken. Een vrachtwagen toeterde en remde net op tijd. De grote stroom moest naar rechts, ik als enige naar links.
In die grote Jaarbeurs zaten wij in een klein zaaltje, ergens verscholen in het mysterieus verlichte Media Plaza.
We hadden het over webloggen. Vanwege deze site, gestart door een farmaceutisch bedrijf.
Wie had dat bedacht toen ik in 2001 begon en vele mensen mij verbaasd aankeken 'dat ik mijn hele leven op internet wilde zetten'.
Gelukkig doen sommigen dat nog steeds.
"Ohja, heel leuk!", zei een roodharige mevrouw tegen de kinderwagen. Ze keek de kinderwagen in zoals vrouwen dat doen.
Het was zo'n kinderwagen voor baby's die al kunnen zitten. Misschien heet dat geen kinderwagen.
Misschien heet een mens die kan zitten ook geen baby meer.
De moeder hing van achteren ook trots over haar kinderwagen.
"Ja, leuk hè!", zei ze enthousiast.
Ze blokkeerde mijn zicht, want ik kwam van achter haar aangelopen.
Ik wilde die zittende baby ook wel zien, als ie zo leuk was.
"Lekker groen", zei de roodharige mevrouw.
Dit bevreemdde me een beetje.
Misschien was de baby een alien.
"Ja, ik hoop dat ie blijft leven", zei de moeder.
Huu!?
Ik liep snel verder om de kinderwagen in te halen en deze leuke maar groene baby met twijfelachtige levensduur te bekijken.
Toen ik de kinderwagen voorbij was, zag ik dat er een grote plant in zat.
"Ik heb niet echt groene vingers", zei de moeder van de plant.
De roodharige mevrouw knikte begrijpend.
Het kostte nogal wat moeite: koud én donker. De wekker zo vaak verzet dat het douchen wel heel erg snel moest. Op de fiets, in het donker, voor het eerst de gedachte aan handschoenen gehad.
Niet gegeten, want te vroeg en te veel haast. Dorst, ook.
25 minuten fietsen, immer gerade aus, van oost naar west.
Op een fiets die bijna dood is.
Koude voeten.
Wel goede omstandigheden om heel hard mee te playbacken met de liedjes van mijn iPod.
Na afloop 25 minuten terug.
Wakkerder dan normaal op dit tijdstip, fit, lekker trappen.
Een stralend blauwe lucht, alleen onderbroken door wat roze schapenwolken en een waterige maan.
En weer die mooie muziek.
Het beloofde een prachtige dag te worden.
"Wist je wel al dat ik de cd van The Veils voor mijn verjaardag heb gekregen? Heel grappig, nu ken ik ook alle nieuwe liedjes op het concert vanavond!"
"Heel grappig, ik niet."
Het haar van de jongen voor me rook sterk naar kokos. Dat was niet onprettig, want verder rook het overal naar sportkleren die te lang in een tas hebben gezeten. De jongen naast hem had in zijn gemillimeterde haar een ingewikkeld patroon verwerkt dat half onder een petje verscholen ging. Ze hadden de houding van een middelbare scholier van een zwarte school in de grote stad: schijnbaar ongeïnteresseerd, jas aan, moe, stoer en onzeker. Naast de jongens zaten een stuk of honderd van hun klonen en nog eens honderd in de vrouwelijke variant.
Het was de dag van het respect, zou ik later op televisie zien.
Deze jongeren waren er duidelijk (ook) niet van doordrongen. Of juist wel, want rebellie is geen enkele middelbare scholier vreemd. Respect, my ass, je zag het ze denken, als ze al wakker genoeg waren om deze handeling te verrichten.
Op het podium van de school stond een enthousiaste jongen uit Brabant. Geen leraar, zo zei hij zelf, maar iemand die wel ook iets over wilde brengen. Men zuchtte. Ik stelde me voor hoe deze jongeren dag in dag uit zo werden toegesproken en hoe moe ze ervan waren. De jongen op het podium hield echter vol. Hij vertelde over
waarom hij er was, om deze jongeren zich bewust te laten worden van hiv en aids, van het belang van recht op gezondheidszorg, van recht op controle over je eigen lichaam.
Sommige jongeren probeerden de geïmproviseerde zaal, door gordijnen omsloten, op slinkse wijze verlaten. De jongen op het podium hield dan even in. Hij wachtte rustig af tot de opstandigen weer rustig op their asses zaten. Hij vroeg respect voor de verhalen van twee mensen uit Zuid-Afrika. De jongeren lieten de verhalen over aids en Afrika en seks en drugs en vooroordelen van zich afglijden. De jongen links van me had belangrijker zaken aan zijn hoofd (neurotisch op een pen klikken), het meisje naast hem was haar vlechtjes aan het tellen, de jongen voor haar leek in een vaag gebied tussen slapen en waken te verkeren.
Toen kwam het Nederlandse sero-positieve meisje aan het woord.
Ze vertelde dat ze één nachtje stom was geweest. Ze was uitgegaan, ze was dronken geworden, ze had seks gehad. Hier in Amsterdam, om de hoek.
Onveilig.
Bingo.
Besmet.
Alle gezichten van de zaal, die eerder nog naar de buurman, de vloer of de uitgang hadden gestaard, keken naar het podium. Het meisje was mooi. Ze zag er niet ziek uit. Ze praatte zachtjes en rustig en in de taal van de jongeren. Het was stil. Voor het eerst die ochtend.
Tien minuten later stond de helft van de zaal geconcentreerd op te letten toen de jongen op het podium iets stond uit te leggen.
Hij (jaar of 18) ging het uitmaken.
"Dan zeg ik dat ik over een half uur kom en dan ben ik een kwartier later en dan is het helemaal mis!"
Verzuchtte hij.
Yeah yeah ik ben jarig! Hoera hoera voor mij! Jippie!
Piiiiieeeeeeewwwww!
Ik ben doorweekt.
En dat is goed. :-)
Update:
Hemel! Er staat hier ineens een banner op mijn site. Het is nog even wennen.
En mijn uitgeverij belde net met een zeer aardige geste:
Iedereen die vandaag of morgen via deze site een boek bestelt, krijgt het grateloos thuis bezorgd!
En dan zet ik nog iets in ook.
Tjingtjing!
Ook een heel leuk persoonlijk cadeau om aan iemand anders te geven, heb ik uit betrouwbare bron begrepen. ;-)
Tof.
Dat kan allemaal hier (klik).
Maar dus gewoon 16,95 overmaken en niet die verzendkosten.
Voor nu: binnenkort weer een écht stukje hoor. :-)
"Hou nou es op over die meid, ik probeer op te letten"
"Ja, maar ze kon je ergens van"
"Van wat dan?"
"Uit Zoetermeer nog"
"Ik ben al maanden niet meer in het zwembad geweest"
"Ja, van waterpolo, dachten we"
"Ik doe helemaal niets meer aan waterpolo"
"Nou, ze kon je van vroeger, van Zoetermeer en ze heb gewaterpolood"
"Is het wat?"
"Wat?"
"Is het een beetje een lekker wijf?"
"Ja, zeker"
"Nou, doe dan maar"
"Oké, top, ik zal het zeggen, te gek"
|
|