Ik denk dat het verhaal voor iedereen inmiddels al bekend is: Taida
zit in het laatste jaar van het VWO maar moet per direct het land uit.
Is daarom van haar studieboeken, huis en vrienden weggerukt en toen,
zoals dat gaat tegenwoordig, in de gevangenis gezet. Ondanks
beloften dat zij in dit rotland mocht blijven tot zij haar diploma had
gehaald. Op eigen kracht heeft ze de rechter proberen te overtuigen van
het feit dat ze slechts vier maanden extra nodig heeft zodat ze in
Kosovo niet met lege handen aankomt.
Het mocht vooralsnog niet baten.
Lees voor meer info het verhaal van haar klasgenoten.
Liever zou ik voor alle Taida's tekenen, maar niet iedereen heeft zoveel kracht kunnen opbrengen als zij.
Teken hier als je ook vindt dat ze vier maanden extra moet mogen blijven.
Eigenlijk vind ik iedereen compleet onbegrijpelijk die dat niet vindt.
Update: Taida mag de
beslissing over haar uitzettingsprocedure in vrijheid afwachten, heeft de rechtbank in Groningen vandaag bepaald.
Nu die vier maanden nog.
Het was een studentikoze jongen, eentje van het slonzige soort, die als
laatste in de vierzit naast mij plaatsnam. De hele coup? zat nu vol,
mensen schoven door het gangpad op weg naar de volgende.
De studentikoze jongen pakte uit zijn tas een klapper, of een reader,
afhankelijk van hoe dat op zijn faculteit genoemd wordt, en begon te
lezen.
De moeder en dochter tegenover hem praatten over hun winkeldagje.
Na een tijdje ging de trein rijden en werd het langzaam stil.
In de ruit zag ik dat het hoofd van de studentikoze jongen op een vreemde manier boven zijn boek hing.
Ik keek naar de werkelijke weergave en zag dat de jongen in slaap gevallen was.
Toen pas zag ik alle blikken op mij gericht. Ik was de laatste om
erachter te komen dat de jongen in slaap gevallen was, iedereen
grinnikte en keek mijn kant op om dit heugelijke feit te delen. Ik
voelde me alsof ik aan het spelletje meedeed waarbij de laatste die
zijn duim op zijn voorhoofd zet, de lul is.
De slaap van de jongen zag er indrukwekkend uit. Alle vrouwen sloegen hem ge?nteresseerd gade.
Zijn hoofd zakte steeds iets verder naar beneden en kwam dan langzaam
in stapjes weer recht op zijn schouders zonder dat de jongen het scheen
te merken.
Op en neer.
Wij wachtten allemaal op het moment dat de jongen zijn slaap zou
merken, dat hij zijn ogen open zou doen en dat hij verbijsterd wakker
zou schrikken, onze blikken zou merken en zich lichtelijk zou schamen.
Intussen waren al onze ogen op hem gericht. De solidariteit onder ons
vrouwen was enorm. We staarden ongegeneerd en aandachtig tot het moment
zou komen. De vrouw naast me kon een kreetje van spanning niet inhouden.
Het verwachte effect bleef uit.
Alsof hij al die tijd had geweten dat zijn hoofd langzaam in stapjes op
en neer was gegaan, deed hij rustig zijn ogen open en begon verder te
lezen, zonder te kijken waar hij was gebleven.
Teleurstelling alom.
Het meisje dat voor me uit de trap afrende, kende ik niet.
"Mijn vriendje staat beneden", riep ze desondanks enthousiast.
Ze nam de treden naar beneden met twee tegelijk, heel stoer, iets wat ik nooit gedurfd heb.
We moesten nog drie trappen in het grote kantoorpand.
Toen zag ik het vriendje van het meisje door de glazen voordeur heen staan.
Ze huppelde naar de deur toe en deed hem open. Een grote glimlach op haar gezicht.
"Gatverdamme", riep ze plotseling, "je stinkt naar bier en patat".
Haar glimlach maakte plaats voor een dun streepje mond.
Zijn glimlach ging over in gezucht.
"Hij heb al betaald", zegt de barman. Eentje die in een schriftje elk biertje bijhoudt dat hij verkoopt.
"Heeft", zegt hij dan, zonder dat ik hem heb gecorrigeerd.
Ik glimlach.
"Ik moet heeft zeggen, heb is Amsterdams, dat is niet goed", legt hij me uit.
"Ach", zeg ik, "u mag zeggen wat u wilt", en ik bedenk dat ik in een royale bui ben.
"Nee", zegt de Spaansuitziende man naast me.
"Hij moet goed zeggen, anders leer ik nooit!"
De volgende die achter de zin "Nog een gelukkig nieuwjaar" zegt: "mag dat eigenlijk nog wel?", krijgt een corrigerende tik.
Een harde ook.
Vanochtend vroeg, het was nog niet helemaal licht, stond ik met mijn
fiets zoals zo vaak te wachten tot er een autoloos gaatje zou ontstaan
op de drukke verkeersweg bij mijn huis. Aan de overkant van de straat
stond een oudere Marokkaanse man, ook op de fiets, eveneens te wachten
tot hij de grote oversteek zou wagen. Ik lachte de man vriendelijk toe
om deze enorme overeenkomst tussen ons beide te delen. Die neiging zal
wel voortkomen uit een wellicht totaal misplaatste overcompensatie van
mijn kant richting de Marokkanen.
De oudere Marokkaan voelde niets van onze gemeenschappelijke band en
keek niet terug. Wel legde hij een steeds groter wordende interesse aan
de dag voor iets naast hem op straat. Tussen de auto?s door zag ik dat
hij naar een berg vuilniszakken en een bank aan het loeren was. Het
ging hem waarschijnlijk om die bank, een bijzonder keurig exemplaar met
geborduurde bloemen, zonde om zomaar bij het grof vuil te zetten.
In het schijnsel van de lantaarnpaal zag ik even later hoe hij zich
door de vuilniszakken heen een weg naar de bank baande. Af en toe tilde
hij een vuilniszak op zodat hij een weggetje vrijmaakte. Toen ontdekte
ik waar het hem werkelijk om te doen was: verscholen tussen de
vuilniszakken stond een stepapparaat. Zo?n fitnessding met twee leggers
dat je via de televisie kunt kopen waardoor je benen en billen immer in
vorm blijven, mits je hem niet op zolder laat verstoffen, of op straat.
De man inspecteerde het stepapparaat, draaide een knop om en nam erop
plaats. Daar ging hij, ?s ochtends vroeg, zijn benen op en neer, in het
zwakke lantaarnlicht, in een jurkachtig gewaad met gymschoenen eronder
en een gebreid mutsje op zijn hoofd.
Toen pas zag hij mij. Hij stopte niet, maar stak enthousiast zijn duim
naar mij op. Daarna pakte hij de stepper en legde hem op het achteropje
van zijn fiets.
Even later, in het voorbijgaan tussen de auto?s door, zei hij iets tegen mij dat ik niet kon verstaan, maar wel begreep.
Politici hebben het altijd over die kloof tussen hen en de burger. Die
gedicht moet worden. Maar het moet ook van twee kanten komen, enzo,
blabla.
Daarom startten wij de site
AmsterdamCentraal, om met die politici in contact te komen.
Op initiatief van
Lodewijk Asscher en inmiddels geadopteerd door nieuwszender
AT5.
Wat blijkt?
Slechts een enkele politicus grijpt dit prachtige instrument (burgers!
reacties! honderden lezers per dag!) aan om met ons in discussie te
gaan over dingen die ons bezighouden.
Zelfs in verkiezingstijd moet je
bedelen om aandacht!
Wij van
AmsterdamCentraal dagen hen nu uit.
Geef het door.
Onderweg kwam ik maar liefst langs drie filmopnames. Life in Amsterdam you know, het is net Hollywood.
De eerste filmopname was hier op de hoek.
Het eerste wat niet klopte, was dat de Marokkanen ineens negers waren geworden.
Het tweede was het aantal mensen, het stond er zwart van (negers, sorry voor deze uitdrukking).
Twee vetcoole hiphoppers waren een clip aan het opnemen. Ze dansten zonder muziek voor de graffiti op de muur.
Ik reed een gecapuchonde neger aan.
Binnenkort te zien op The Box, waarschijnlijk.
Op de markt stonden tientallen mensen met oranje oufits te zingen in de camera, alsof het WK al in volle gang was.
Debiele mutsen en opblaasbare kronen op hun hoofd. Stompzinnige tekst ook. Maar heel veel pret, waarschijnlijk.
Omdat niemand me tegenhield, fietste ik er dwars doorheen.
Let dus binnenkort op als de reclame voorbijkomt, of je een meisje met bloemen op haar fiets ziet langsstuiven.
Vlak achter het Heinekenplein zag ik de derde filmopname.
Grote lampen met wit licht schenen op de set, waar de crewleden bibberend stonden te wachten.
Op wat, weet ik niet.
Niet op mij, want ze keken me heel chagrijnig aan toen ik hard over hun kabels heenfietste.
Hedennacht werd ik opgeschrikt door een klagend geluid.
Ik legde mijn oor waar ik niet op lag (jaha) te luister en moest al snel constateren dat het hier een kat betrof.
Daarop wiebelde ik met mijn benen. Op mijn dekbed telde ik slechts ??n kat.
Op de tast moest dat Maus zijn.
Mijn sterk ontwikkelde deductieve vermogen liet mij concluderen dat het klagende geluid uit Ronja afkomstig moest zijn.
Ciezzzieieiezzeueuh, deed ik.
Het is heel erg moeilijk om het geluid dat ik maak om een kat te roepen
fonetisch op te schrijven, dus zit nu niet te lachen vanwege de
voorgaande zin.
Ik nodig iedereen uit om het geluid eens te proberen fonetisch op te
schrijven (tuit je lippen en adem lucht naar binnen zodat er een hoog
geluid klinkt)(terwijl ik dit aan het typen en mimen ben komen twee katten
stralend naar me toe om te kijken wat ik in de aanbieding
heb)(tssss)(duh).
Ronja kwam op mijn geroep naar boven gerend en zette haar geklaag voort.
Ze schurkte zich tegen me aan en begon keihard te spinnen, een beetje
te hard eigenlijk, als een waanzinnige. Midden in de nacht.
Toen wist ik het.
De kat was krols.
Maar de kat is gesteriliseerd. Dat kan helemaal niet.
Ze gaat continu met haar benen wijd. Als er bezoek komt, toont ze meteen alles wat ze in huis heeft!
Het lijkt erop dat ik de eerste gesteriliseerde krolse kat heb.
Waar is Shownieuws?
Een tijdje (haal dat 'je' maar weg) geleden schreef ik hier een
Spinvisprijsvraag uit.
Zo gepiept dacht ik.
Toen kwamen de inzendingen.
Allemaal heel leuk en heel creabea en in beeld en geluid en tekst!
Veel te moeilijk voor mij om uit te kiezen, vooral omdat ik degene die
de (in mijn ogen) leukste inzending stuurde, nogal goed ken.
Om elke schijn van partijdigheid te voorkomen, betrok ik daarom
Excelsior (de gulle prijsgevers) bij de beslissing.
Ik stuurde de inzendingen naar hun kantoor (ook per snailmail vanwege de te grote film die erbij zat).
Toen was het heel lang stil en kerst en oud en nieuw en weg en weer terug.
Maar nu is er een winnaar uit de bus gekomen!
De winnaar is... een beetje genant,.... mijn eigen broer (die hier nog niets van weet).
Met een erg grappig filmpje over een groot gat in zijn plafond, dat ik hier helaas niet kan laten zien vanwege de enorme omvang.
Dank voor alle inzendingen!
Je mocht alleen van het schoolplein af als je de hond van de meester mocht uitlaten.
Eenmaal buiten lonkte slechts ??n ding: het bakkertje om de hoek, waar ze snoep verkochten.
Ik zat maar ??n jaar op die school, de zesde klas van de lagere, maar ik zorgde ervoor dat ik heel vaak de hond mocht uitlaten.
Het was een goeiig exemplaar, een Labrador, waarvan ik de naam ben vergeten.
Met de warme kwartjes en dubbeltjes (voor een stuiver kon je toen
volgens mij al geen kikker meer kopen) in de hand liep ik dan het
bakkertje binnen. De tocht ernaar toe, van het schoolplein af, terwijl
de rest moest blijven, de moeilijke keuze in het bakkertje, welk snoep
te kiezen en hoe zo voordelig mogelijk uit te komen, de weg terug, snel
het snoep opeten omdat anders de kinderen in de klas met je wilden
delen, ze behoren tot mijn fijnste jeugdherinneringen.
Een kantoor verhuizen kost veel werk, maar als je er eenmaal zit, kan het ontdekken gaan beginnen.
Waar zit de supermarkt, waar is de dichtstbijzijnde brievenbus, het
postkantoor, een leuk caf? waar je eventueel een keer kunt gaan lunchen.
Op mijn speurtocht vanmiddag sloeg ik de bocht om op zoek naar brood. Ineens stond ik oog in oog met het winkeltje van vroeger.
Nooit eerder was ik vanaf die kant gekomen, waardoor een zo bekende plek ineens verrassend kon zijn.
Eenmaal binnen werd ik onder de voet gelopen door bepukkelde pubers die
broodjes met osseworst en pakken snoep aan het inslaan waren.
Net teruggekomen van een barre week hard werken in de polder, moet ik alweer een dag werken aan de andere kant van het land.
"Pluskut?", vroeg een vriend van mij.
"Sorry?", zei ik.
"Pluskut", zei hij. "Zo noemt iedereen Enschede toch?"
Gelukkig nieuwjaar, dus (lekker origineel).
Ik ben even weg, commentaren staan uit en daarna ben ik extra hard terug.
|
|