---
title: "Op de fiets (27)"
date: 2002-05-20
author: "Merel Roze"
featured_image: "https://www.merelroze.com/wp-content/uploads/2024/06/boids-1.png"
categories:
  - name: "Geen categorie"
    url: "/category/geen-categorie.md"
---

# Op de fiets (27)

Van alle nare dingen die geheel onverwacht maar niet geheel onlogisch mijn pad kunnen kruisen, staat het ontdekken van een lekke band zeker in mijn top 5 van grootste ergernissen. Iedereen die mij goed kent, kan dat met een verzuchting beamen.  
Ik háát lekke band.

Merel + Lekke band = boel chagrijnig.

Ik loop niet graag rond het nachtelijk uur in mijn eentje door Amsterdam. Ik reis niet graag met het openbaar vervoer. Ik vind taxi’s veel te duur en onnodig als er ook andere oplossingen zijn.

Toen ik erachter kwam dat mijn band gelijk een verschrompelde ballon was, vloekte ik eenmalig en heel hard zonder iemand bij de naam te noemen. Vervolgens overzag ik mijn plannen voor de avond en de problemen die door het leeglopen van mijn band veroorzaakt waren.

Mijn broer en vriend J. keken met meelijwekkende blik naar mijn buitenband die naast de velg lag. Zo plat was mijn band nog nooit geweest. Er moest wel een heel groot gat in zitten om hem zo uitgeput te doen laten geraken. Gelukkig had ik steun aan mijn broer en aan vriend J. We besloten met de fiets in de richting van het huis van mijn broer te lopen, alwaar een fietsenmaker zat die misschien om half 11 op vrijdagavond nog wel geopend was. Toen dit niet het geval bleek, besloten wij de fiets eigenhandig te repareren met de Simson bandenplakset van mijn broer.

Vriend J. draaide de fiets professioneel om zodat hij op zadel en stuur op de grond steunde. We bekeken de band. We openden het Simson bandenplaksetje. We draaiden het ventiel los, legden het dopje op een zichtbare plaats op het troittoir, en duwden het ventiel door het gaatje in de velg. De binnenband was vrij. En dat zonder bandenlichters. We voelden ons echte bandenplakkers. We kregen er schik in.

We pompten de band op. De band liep meteen leeg. Na enkele malen pompen, ontdekten wij het gat. Terwijl vriend J. zijn duim op het gat hield, knipte mijn broer een stukje van het plakmateriaal af. Hij smeerde lijm op de binnenband, terwijl ik probeerde de folie eraf te halen. Dit lukte aanvankelijk niet zo goed, maar gelukkig kreeg ik mijn nagel uiteindelijk zo ver dat de folie en het plakmateriaal uiteenweken.

Vriend J. zei dat we drie minuten moesten wachten met plakken, omdat anders de lijm niet goed gedroogd zou zijn. Mijn broer en ik vonden dat wat overdreven, en plakten de band en het plakmateriaal al na anderhalve minuut op elkaar. Er volgde een discussie over vaders en bandenplakkers en vriend J. voorspelde een lekke band vanwege de korte tijd die wij gewacht hadden op het drogen van de lijm. Wij checkten de binnenband (dat had ik dan weer van mijn vader geleerd) op scherpe onderdelen, en jawel, een dikke doorn danwel spijker kwam door de buitenband gestoken. Wij verwijderden de dikke doorn danwel spijker. We staken het ventiel weer in de velg, draaiden het dicht, stopten de binnenband in de buitenband, en pompten de band op. We drukten de buitenband in de velg.   
Het laatste stukje is altijd het zwaarst en ik liet het over aan mijn broer en vriend J. We draaiden de fiets om, zetten hem op zijn standaard, en gingen naar binnen. Hoopvol.

Een uur later was de band nog steeds vol lucht. Wij prezen onszelf. Wij waren de koningen van het bandenplakken. Wij roeleerden hard. Aan ons konden alle padvinders een voorbeeld nemen. Onze samenwerking maakte iedere socialistische partij jaloers.   
Ik fietste met mijn fiets naar de stad, en ik fietste ’s nachts naar huis weer terug. Mijn band en ik. Dikke vrienden.

Sinds eergisteren staat mijn fiets buiten tegen het hek geleund. De band is zo lek als maar kan. De buitenband ligt naast de velg. Het is een treurig gezicht.