---
title: "Blekkie (3)"
date: 2002-08-19
author: "Merel Roze"
featured_image: "https://www.merelroze.com/wp-content/uploads/2024/06/boids-1.png"
categories:
  - name: "Geen categorie"
    url: "/category/geen-categorie.md"
---

# Blekkie (3)

Allereerst, [Walter](http://vandenb.com/), je kat leeft nog.

Zaterdag ging ik een dagje naar Den Haag. Ik bezocht er het meisje met de mooie blauwe ogen, en vervolgens ook meteen maar wat anderen Haagse mensen die ik ken. Ook vriend M. uit Rotterdam kwam ik zomaar op straat in Den Haag tegen.   
Het was een waar genoegen, dat tochtje naar Den Haag. Moe maar voldaan kwam ik tegen middernacht terug.

Ik deed mijn voordeur open en de warmte kwam me tegemoet. De laatste twee weken was ik ook gewend dat mij een al dan niet miauwende kat tegemoet kwam, maar die was er nu niet. Vreemd.   
‘Blekkie’, riep ik, ‘ik ben thuis hoor!’  
‘Blekkie, Bleeeekkkkkiiiieee, Blekkie, Blekkie, Blekkie’  
Geen Blekkie.

Mijn wenkbrauwen fronsten zichzelf. Nu luistert Blekkie helemaal nooit naar de naam Blekkie, dus wat dat betreft was er niets raars aan de hand, maar meestal komt ze wel even om de hoek kijken om te zien wie daar binnenkomt. Ik keek op haar favoriete plek 1: mijn bureaustoel. Geen Blekkie.

Ik keek onder het tafeltje waar ze in deze hitte verkoeling zoekt. Geen Blekkie. Ik keek op de stoelen van mijn tafel. Niets. Ik keek op de bank, in de kast, in de andere kast, in de badkamer, geen kat. Ik keek in mijn slaapkamer. Op het bed, in de klerenkast, op de handdoeken. Blekkie was er niet. Dan de keuken.

In de keuken was het een zooitje. Het raam, dat ik op een kiertje had laten staan, was verder open gegaan. De fles olijfolie lag in de wasbak, een kommetje lag er gebroken naast.   
De schrik sloeg mij om het hart. Het raampje leidt naar mijn balkon. Mijn balkon leidt naar drie verdiepingen naar beneden vallen als je een onhandige dikke kat bent en je op het richeltje wil gaan lopen.

Ik opende de balkondeur en schuifelde naar de rand. Ik keek naar beneden. Ik zag geen kat, maar de parasols van de benedenburen waren uitgeklapt dus ik zag de kat nu als in een tekenfilm vallen, om vervolgens door de parasols als trampoline eerst naar boven en dan extra hard naar beneden geschoten te worden.

Ik ging naar mijn onderburen die niet thuis waren om daar te inspecteren. Behalve hun kat, Zorro, op wie ik ook mag passen deze dagen, was er geen kat te zien. Gelukkig. Beter geen kat, dan een dode Blekkie op de stoep. Maar waar was Blekkie dan? Was ze wel gevallen, en door iemand meegenomen omdat ze gewond was? Was ze bij het weggaan in het trappenhuis achtergebleven en naar buiten gerend omdat iemand de deur open deed?

Ik liep terug naar mijn huis en ging alle plekken nog eens na. Inmiddels was ik er redelijk zeker van dat Blekkie zich niet in mijn huis bevond.

Ineens wist ik nog een plek, waar ik niet had gekeken. Zaterdagochtend was ik vanwege de werkmannen zo vroeg wakker, dat ik nog even een krantje had kunnen lezen in mijn bed. Mijn bed kan worden opgeklapt zodat je semi-rechtop kan zitten, en dat had ik die ochtend ook gedaan. Toen ik wegging, had ik het bed teruggeklapt. Onder het bed zit een kleine, zeer stoffige ruimte nietsigheid.

Ik liep naar mijn slaapkamer en riep nogmaals om Blekkie.   
En jawel, daar hoorde ik een verstomd gemiauw. Mieuw. Mieuw, kwam het vanonder mijn bed vandaan. Ik deed mijn bed omhoog en daar kwam Blekkie, overhit, stoffig, met plukken in haar vacht vanwege de ontsnappingspogingen. Ze had twaalf uur lang in een donkere ruimte van 40 centimeter bij een meter gezeten, terwijl het buiten 30 graden was.  
Mieuw, zei ze.   
Ik veegde het stof van haar vacht, maar ze snelde weg, richting haar waterbakje.   
Ze keek me vernietigend aan zoals alleen katten dat kunnen.

Inmiddels gaat het goed. Ze vraagt me weer gewoon om aandacht en heeft er geen zichtbare trauma’s overgehouden. Maar wat niet is, kan nog komen.