---
title: "Huwelijksaanzoek"
date: 2002-09-16
author: "Merel Roze"
featured_image: "https://www.merelroze.com/wp-content/uploads/2024/06/boids-1.png"
categories:
  - name: "Geen categorie"
    url: "/category/geen-categorie.md"
---

# Huwelijksaanzoek

Overigens werd ik afgelopen weekend voor de eerste keer van mijn leven ten huwelijk gevraagd.

Ik had een prachtige dag gehad in Rotterdam. Die middag had ik eerst met mijn ex-schoonmoeder de stad onveilig gemaakt. Op het terras van café Loos hadden wij gebakjes gegeten, de vreemdgelegen kantoorboekwinkel leeggekocht en de Bijenkorf doorgesnuffeld. Daarna spoedde ik mij naar mijn favoriete café Rotown alwaar ik vriend M. trof en ik fijne en fraaie gesprekken had over fraaie en minder fraaie onderwerpen. Vriend M. is langer dan twee meter en geeft de beste knuffels ooit.

Om 21 uur verliet ik het café om de trein te pakken naar Amsterdam. Met wat witte bieren in mijn bloed zette ik stevig de pas erin, want het afscheid had langer geduurd dan de trein kon wachten.   
Achter mij liep een man het café uit. Hij sloeg net zoals ik de hoek om en liep nogal dicht in mijn persoonlijke ruimte. Ik draaide mijn hoofd even om, om poolshoogte te nemen.

Foute beslissing.  
Ik keek recht in een gezicht dat erop had gewacht dat ik me om zou draaien. Hij begon meteen te praten. Hij had mij gezien in het café en was blij. Woonde ik in Rotterdam?

Het gezicht van de man was zo zwart als het haar van Sneeuwwitje, zijn Nederlands zo gebrekkig als dat van de Paus. Hij schakelde soms over naar het Engels en Frans. Ik zei hem dat ik niet in Rotterdam woonde en beende door.

Hij week niet van mijn zijde. Hij sprak dat hij gelukkig geworden was door mij. Hij had gekeken naar mij en wilde me vaker zien. Wanneer kwam ik weer in Rotterdam?  
Hij hijgde een beetje tijdens het spreken omdat ik zo snel liep. Hij kwam tot mijn oksel.  
Ik vertelde hem dat ik nergens geïnteresseerd in was behalve in het halen van mijn trein die over vier minuten zou vertrekken. Hij vroeg of hij mij thuis mocht brengen in Amsterdam.

Hoewel ik over het algemeen wel van attente mannen houd, leek het voorstel mij geen goed plan. Ik zei dat ik mezelf alleen wel thuis kon krijgen en hield vervolgens mijn mond. Hij huppelde achter me aan.  
Op een gegeven moment zei hij vragend: ‘ik dacht… ik dacht jij misschien met mij trouwen?’  
Het kwam nogal onverwacht. Mijn eerste huwelijksaanzoek had ik mij net iets anders voorgesteld, hoewel de weerspiegelende vlakken van het Nationale Nederlanden gebouw er in het late licht bijzonder romantisch uitzagen. Ik lachte hem uit. ‘Nee man, ben je gek?’, zei ik stellig.  
‘Oh’, zei hij, ‘jij hebt vriendin?’

Het grenzenloze vertrouwen in het feit dat, als ik niet met hem wilde trouwen, ik dan wel zeker lesbisch zou zijn, stemde mij opgewekt. Met zo’n zelfbeeld zou deze man er wel komen. Niet met mij, maar met een andere schone uit het café.

De trein reed niet wegens werkzaamheden en dus had de man nog een extra kwartier om in mijn buurt van mijn afwijzing te genieten.