---
title: "Gladjes (2)"
date: 2003-01-07
author: "Merel Roze"
featured_image: "https://www.merelroze.com/wp-content/uploads/2024/06/boids-1.png"
categories:
  - name: "Geen categorie"
    url: "/category/geen-categorie.md"
---

# Gladjes (2)

Ik háát gladde ondergrond. Ik ben een mietje. Elk gevoel van zekerheid, evenwicht, en stabiliteit verdwijnt door een pesterig laagje ijs. Ik haat het pesterige laagje ijs.

Gisterenochtend moest ik lopend naar de metro. Toen ik mijn voordeur uitstapte zag ik net op tijd iemand onzeker aftastend de weg oversteken. Gewaarschuwd. Glad. Ik hield mij vast aan de deurpost en stapte op het witte wegdek. Dat viel mee. Even proberen met één voet, weinig wegglijerij, en lopen maar.   
Ik liep op het fietspad dat door de fietsers al was vrijgemaakt. Als er fietsers aankwamen, stapte ik even opzij. Het ging allemaal prima. Geen probleem eigenlijk. Fijn.

Brug.   
Grote brug over de Amstel. Lange brug. Op de stoep van de brug lag een dikke laag gladheid. Het fietspad was gedeeltelijk vrijgemaakt, en de auto’s konden gewoon rijden. Ik liep op het fietspad waar gelukkig even geen fietsers waren. Maar eenmaal bovenop de brug kwam er vanachteren een stoet haastige fietsers aangezet. Ik week uit, naar de stoep, en ik ging bijna onderuit. Holy smoke wat was het glad. Lantaarnpaal. Ik liet me zo langzaam mogelijk naar de lantaarnpaal zakken. Toen ik glijdend en met kloppend hart bij hem was aangekomen, omhelsde ik hem vurig.   
Ik was nu nog steeds bovenop de brug. Een meisje met naaldhakken liep me over de stoep voorbij alsof het niets was. Het dunne laagje ijs werd door haar hakken vermorzeld. Strepen trokken zich in het uit elkaar gescheurde wegdek. Ik keek onder mijn gympjes. Geen reliëf te zien.

Ik liet na een tijdje de paal los en gleed een stukje naar beneden. Het liefst had ik mij laten zakken tot op de grond en was ik als een slee naar beneden geroetsjt. Mmm. Iets weerhield me. Ik klampte me vast aan de brugleuning. Foute beslissing. De brugleuning was spekglad en ik hield me bijna niet staande. Mijn ene been vloog naar rechts, het andere naar links. Met elke spier in mijn lichaam wist ik de benen uiteindelijk weer onder mij te krijgen. Hel, dit. En ik stond verschrikkelijk voor lul. Waarom konden sommige mensen mij wel gewoon passeren? Ik schuifelde verder, elke stap wantrouwend.

Al met al duurde het zo’n tien minuten voor ik de brug eindelijk over was. Bezweet, gedegradeerd, en uitgeput zocht ik het wegdek zonder gladheid. Wat een heerlijkheid. Lopen met zekerheid. Vaste ondergrond.  
Vanaf nu ga ik alle dagen zonder gladheid prijzen. Halleluja!