« terug naar blog

David Greaves (1951 – 2008)

Toen ik 16 was en een heel braaf gymnasiastje, wilde ik dolgraag bij het Toneel. Ik was al een tijdje fervent bezoeker van Shakespeare, de Oude Grieken en Scandinavische en Russische drama’s. Toneelspelen moest ik en ik schreef me in voor een auditie – ook al durfde ik eigenlijk niet.

Die durf werd nog minder toen ik zag wie er nog meer op de auditie waren afgekomen: tientallen jongeren met wie ik in mijn beschermde gymnasiasten-enclave nog nooit in aanraking was gekomen: allochtonen! Help! Die kende ik alleen uit de tram! Ik was op die auditie dan ook niet echt op mijn plek. Zeker niet toen ik merkte dat we helemaal geen écht toneel met een hoofdletter t gingen maken, maar dat we ook moesten dansen. Ik wist zeker dat ik niet door de auditie heen zou komen. En eigenlijk had ik daar wel vrede mee. Het was toch niks voor mij.

Ik werd uitgekozen en op de televisiebeelden die er destijds door de Ikon werden gemaakt zie je iedereen juichend opspringen en mij vertwijfeld wat meeklappen.
En, zoals dat wel vaker gaat als dingen eng zijn en niet voor jou weggelegd lijken te zijn: het was fantastisch. Weken zaten we die warme zomer opgesloten in een theater. Ik leerde improviseren, ik leerde acteren, ik leerde brainstormen, ik leerde wat jabbertalk was, ik leerde zelfs dansen. We smeedden een voorstelling, De Stad genaamd, en theatergroep 020 was geboren. We maakten indruk. Het was nieuw, zo’n grote groep Amsterdammers van twintig verschillende afkomsten. Een krachtige voorstelling. Mijn zo stoere broer moest huilen op de première.

Drijvende artistieke kracht achter dit alles was regisseur David Greaves die samen met choreograaf Nita Liem van ons clubje een echte groep wist te maken en in die paar weken iets volstrekt zinnigs uit ons kreeg. David was een regisseur naar wie we opkeken en voor wie we, zoals het hoort, een beetje bang waren. We waren met z’n velen maar hij hield ons individueel in de gaten. Toen mijn oma overleed en ik dat aan niemand had verteld, riep hij me bij zich en vroeg me wat er aan de hand was. Hij leerde ons theater maken, maar hij leerde ons even zoveel over onszelf. Hij liet ons dichtbij en werd voor iedereen een soort vader. Hij kwam uit Londen en werd verliefd op Amsterdam. Daar bleef hij.

Die David Greaves is nu dood.
In Afrika kreeg hij cerebrale malaria, een vorm die direct de hersenen aantast. Binnen een paar dagen was hij weg.

David, ik ging je googlen en ik vond belachelijk weinig informatie over je. Dat heb je met jullie theatermensen die dingen met hart en ziel doen.

Daarom, David, is deze voor jou.
Rust zacht.