In de nacht van de dag dat ik een bikini, een nieuwe sjaal en paaseieren kocht, fietste ik door liters koude natte sneeuw naar huis.
Binnen de kortste keren was ik doorweekt en koud als mijn vriezer – toen die het nog deed.
Om de ontberingen het hoofd te bieden, zongen we een lied.
(Eerst riepen we steeds Het Sneeuwt! Het Sneeuwt!, maar daar word je na een tijdje ook niet warmer van)
'Kom mee naar buiten AAAAAAAllemaal, dan zoeken wij de wielewielewaal', zongen wij keihard. We waren de enigen op straat en de rest kon ons niet zien omdat ze sneeuw in hun ogen hadden.
Het hielp wel even tegen de kou.
Daarna ging het mis.
'Dudeljoho, klonk zijn lied', klonk het ineens naast me.
'Hee hallo!', riep ik. 'Het is judeljo.'
'Dudeljo, en anders niet', zei hij.
'Judeljo!', zei ik.
'Dudeljo!', zei hij.
'Judeljo!', zei ik.
'Dudeljo!', zei hij.
'Judeljo!', zei ik.
'Dudeljo!', zei hij.
'Judeljo!', zei ik.
'Dudeljo!', zei hij.
'Judeljo!', zei ik.
'Dudeljo!', zei hij.
'Judeljo!', zei ik.
'Dudeljo!', zei hij.
Gelukkig kreeg ik al snel gelijk (en het warm, van al dat gediscussieer).
Ik wist het dan ook zeker.
Dudeljo, tssssss.
Hoewel ik helemaal overtuigd was van mijn gelijk, had ik toch de behoefte het triomfantelijk te kunnen presenteren.
Er bleek maar één normaal persoon de tekst van het liedje op internet te hebben gezet.
Tegenover 495 dudeljo'ers.
Geef een reactie