In de wasbak zat een Franse spin. Ik weet zeker dat hij Frans was, want hij was veel te klein om helemaal vanuit Nederland te zijn komen lopen. Voor spinnen ben ik mijn hele leven bang geweest, maar ik heb besloten dat het onzin is. Zeker in het geval van deze Franse spin, die er niet onaardig uitzag.
Ik besloot mijn instinct (de kraan keihard op de spin zetten zodat de spin door het afvoerputje naar het einde zou vertrekken, daaag spin) te negeren en de spin te laten leven. Heel voorzichtig zorgde ik ervoor dat de straal van de kraan de spin niet zou raken. Al tandenpoetsend hield ik de spin in de gaten en zorgde ik ervoor dat ik mijn mond vol tandpastaschuim niet over zijn bolletje zou uitstorten. Bij het wassen van mijn gezicht kwam er een berg zorgvuldigheid aan te pas om de spin niet nat te spatten. De spin zat aan de rand en keek tevreden toe. Als ik het goed zag, maar het was al te laat, wierp hij me een knipoog toe. Ik knipte het licht uit, zei de spin welterusten en wenste hem (het was duidelijk een hij, aan zijn kuifje te zien) een goede nacht.
Eenmaal in bed wilde ik nog wat water. Ik kwam uit bed, knipte het licht in de badkamer aan en ik zette uit gewoonte de kraan gewoon vol open, bijna keihard op het hoofd van de spin! Bijna, want net op tijd dacht ik aan de bijzondere band die de spin en ik inmiddels hadden opgebouwd. Opgeruimd over zoveel medespinnelijkheid lag ik even later in mijn bedje.
Vanochtend, enkele uren later, stond ik op. Zo lekker geslapen als zelden tevoren! Nadat ik enkele meditatieve momenten aan het wijdse uitzicht vol glooiingen en bergen had gewijd, bracht ik een ochtendlijk bezoek aan de badkamer. Zonder erbij na te denken, het was immers nog vroeg, zette ik de kraan vol open.
De spin verdween nog net in mijn zicht in een draaikolk het afvoerputje in.
Mijn verblijf in de Provence begint met moord. Ter inspiratie voor een roman kan dat slechter, maar mijn gedachten zijn bij mijn vriend de spin. Mon ami l'araignée.
Geef een reactie