Naar aanleiding van de reacties, waarvan slechts een enkeling adviseerde om niet te gaan (en dan nog uit eigen belang ook), zat ik gisteren in Paradiso. Zat, ja, twee geheel nieuwe ervaringen: ik zat, maar was nuchter, want dronk alleen maar thee. Ik geloof niet dat ik eerder een concert al zittend in Paradiso heb meegemaakt.
Het was mooi om vanaf het balkon te zien hoe enthousiast het publiek werd toen de band opkwam. De eerste noten kwamen de zaal in. Het publiek luisterde ademloos. Muisstil tijdens de nummers, uitzinnig tussendoor. En ook ik kwam al snel in vervoering. Het was de violist. Hij betoverde me vanaf het eerste nummer. De klanken die hij produceerde, maar ook de manier waarop hij zong – het raakte me. Al snel werd ik meegevoerd naar koude winteravonden terwijl ik thuis voor het knapperend openhaardvuur ingeritst in mijn mummieslaapzak lag. Ik voelde blosjes op mijn wangen komen en wist zeker dat het buiten vroor. Ik werd op mijn stoelje langzaam in kadans gewiegd om in een poel van melancholische gedachten ten onder te gaan. Gedachten over vroeger, over nu, over keuzes en andere levensvragen passeerden de revue. Ik voelde me gaan, en kwam niet meer los. Meegesleurd door de sprookjesklanken van de Tindersticks.
Toen het concert afgelopen was, zat ik in een cocon. Ik kwam er niet meer uit. Het was alsof de zwavelstokjes mij prachtige dingen hadden laten zien maar nu allemaal waren opgebrand. In de bovenzaal begon The Cherry Valence te spelen. Keiharde herrie denderde door de deurtjes. We vluchtten weg, de nacht in, die minder koud was dan verwacht, maar vol indrukken en grootse gedachten.
Geef een reactie