Op sommige kruispunten is het maar beter om met de fiets in twee keer over te steken – als je naar links wil, dat is. Dit is vooral gunstig wanneer het druk is, er een tramlijn is waar behalve trams ook taxi’s over heen mogen, en er een grote rij wachtende auto’s staat die rechtdoorgaand verkeer vertegenwoordigen, evenals de voetgangers die het zebrapad willen oversteken op het moment dat jij net de andere weggebruikers met gevaar voor eigen leven hebt ontweken.
Wat je doet, is rechtdoor rijden in plaats van voorsorteren op de kruising, waar het levensgevaarlijk is en je een doorn bent in het oog van moordlustige taxichauffeurs en nare patserauto’s. Neen. Je rijdt rustig rechtdoor maar zet, wanneer je bijna bij de overkant bent aangekomen, je fiets in enen stil met je stuur naar de kant toe waar je eigenlijk van plan was naar toe te gaan (eerder met ‘links’ aangeduid). Niet helemaal richting het stoplicht waar auto’s en fietsers staan te wachten om rechtdoor (nu ook jouw beoogde richting) te gaan, maar ook weer niet midden op het wegdek, daar de auto’s die in jouw stroom mee rechtdoor zijn gegaan bijzonder nare routeafwijkingen kunnen hebben. Aldaar wacht je geduldig tot je kan oversteken en je route kan hervatten. Dit is vaak nog voordat de voetgangerslichten op groen gaan – en altijd voordat de wachtende automobilisten (inmiddels achter je) optrekken.
Zo stond ik vanochtend te wachten op het moment dat ik aan het tweede gedeelte van mijn oversteekroute kon beginnen. Het was spitsuur en de drukte raasde langs mijn nog slaperige hoofd. Naast mij kwam een jongetje van een jaar of tien. Hij parkeerde zijn mountainbike met een gigantisch gave slipactie inclusief slippend geluid precies naast mijn Gazelle. Ook hij had mijn oversteekmethode gekozen en moest nu aan zijn tweede deel van het oversteken beginnen. Hij stond klaar in de startblokken om zo weg te scheuren, zijn handen stevig vastgeklemd om de handvatten van zijn stuur, zijn lichaam in een lichtoverhellende doch stevige houding.
Er kwam een vrouw aan van achteren. Zij had niet gekozen voor de oversteekmethode, aangezien ze alleen rechtdoor wilde. Dat wilde ze zo graag, dat ze te ver naar voren reed alwaar zij te dicht in de buurt kwam van eerder genoemde auto’s met eventueel afwijkende routes (vanwege slaperigheid of het verkeerd inschatten van de ruimte). Ze schrok – deinste terug, maar had een fiets waarvan de rem (net zoals de mijne) blokkeert bij het achteruitrijden. Ze schoot omhoog, steigerde lichtjes, en tilde toen met een weinig sierlijke beweging haar bagagedrager op om op deze manier, met haar achteropje in de hand, haar benen aan weerszijde van de fiets, een stukje terug te lopen. Naar ons. Op onze hoogte.
Bij het opveren had zij echter uit haar jaszak een pakje papierenzakdoekjes verloren waarop in grote gele letters Sunny stond, evenals een zonnebloem. Het jongetje had dit gezien en strekte zich uit om zich over het pakje te ontfermen voordat het door een auto of fietser zou worden overreden. Het pakje lag echter net buiten zijn bereik. Hij leunde nog wat naar voren, maar hield zijn beide benen stevig op de grond. De stang van zijn fiets zat nu in de weg. Waar hij zich eerder al had afgevraagd wat het nut van een stang was, wist hij nu helemaal zeker dat dat stuk metaal niet op een handige plek was neergevleid. Maar. Hij zorgde ervoor dat hij in zo’n balans kwam, dat zijn fiets naar het wegdek overhelde, maar hijzelf, zijn evenwicht bewarend door zijn rechterbeen een stuk in de lucht op te steken terwijl zijn linkerbeen steeds verder gebogen werd, net een stuk verder naar voren kon reiken dan even eerder het geval was. Zijn geel met blauwe rugzak met een uit zweetgaatjes bestaand voorvakje belemmerde hem door ook naar links over te hellen en hem uit zijn evenwicht te brengen. Hij strekte zijn arm net iets verder, en wist in een fractie van een seconde het pakje papierenzakdoekjes op te pakken en meteen weer terug te keren in de stand zoals hij stond toen er nog niets gebeurd was. Hij keek de vrouw van wie de papierenzakdoekjes waren heldhaftig aan, liet de greep om het pakje die zijn knokkels rood deed worden verslappen en bood de vrouw haar eigendom aan.
Zij liet hem weten dat ze ze niet nodig had.
Reacties
7 reacties op “Op de fiets (11)”
Wat een kutwijf…
Nou, Martijn, wat een taal!
In buitenlanden is het zelfs verplicht voor fietsers om in twee bewegingen linksaf te slaan. De enige verkeersboete in mijn leven liep ik tijdens een fietsvakantie in Denemarken op, door op Nederlandse wijze voor te sorteren. Terwijl er een politieauto achter me reed.
Pardon, ik zal mijn mond spoelen. Normaal praat ik niet zo, dat weet jij ook wel. Sterker nog, ik ben vrouwvriendelijk, kindgericht en plantaardig, om Herman Finkers maar eens te citeren. Maar bij sommige mensen…
Was dat Martijn? Was dat echt Martijn?
Sjemig.
Uitermate onbeleefd van die vrouw, ben je hoffelijk naar een vrouw toe, krijg je zo’n reaktie. En dan vinden jullie het gek dat wij minder hoffelijk worden?
Heb overigens genoten van je vertelwijze. Zag het helemaal voor me gebeuren. Geweldig!
This site is a lot of fun very well designed.