Het was ons soort bar niet, maar eenmaal binnen viel het met de klandizie eigenlijk wel mee.
Maar waarom was het dan toch onze bar niet?
Onder alle andere omstandigheden zouden we hier nooit zijn gaan zitten.
'Mooie grote ramen', zei K.
'Het is het barmeisje', zei ik. Een verveeld kijkend grietje met een overdaad aan waterstofperoxide in haar strak achterover gekamde kapsel.
'Of het zijn die absurde bladeren', zei K.
Aan alle mogelijke uitsteeksels hingen nepbladeren in herstkleuren.
'Of het goedkope hout', zei ik.
'Of de gokkasten', zei K.
Iemand had net wat gewonnen.
Het geluid van vallende munten was van korte duur geweest.
'Of de spiegelende achterkant van de bar waar alle drank in staat te glimmen.'
'Protserig. Maar verder is het hier best oké, toch?'
We keken op de kaart wat we zouden bestellen.
Thee, koffie, pils, Bockbier, Wiekse Witte.
Schijfje citroen.
Schijfje citroen?
'Een schijfje citroen kost hier 0,25 euro', zei ik.
'Het is ons soort bar niet', besliste K.
Geef een reactie